Toekomstplannen

Toekomstplannen

Op het moment dat ik de titel van dit weblog opschreef begon mijn hoofd meteen te werken. Ik heb dat wel vaker als ik een woord zie en als ik dan over het woord nadenk, zoals nu met het woord toekomstplannen, kom ik vrijwel iedere keer tot de conclusie dat taal eigenlijk best een raar iets is. Want het is best wel lastig om plannen te maken voor het verleden waardoor het toevoegen van het woord ‘Toekomst’ vrijwel overbodig is. En zo maalt mijn hoofd dan een beetje verder waardoor het steeds lastiger wordt om te onthouden wat ik eigenlijk van plan was te gaan schrijven.

En vaak, net als nu, besluit ik dan om Google in te schakelen om te zien wat je vindt als je dat woord intypt. Het levert niet altijd een resultaat op waar ik iets aan heb of waar ik blij van word. Ook al is het niet mijn bedoeling om blij te worden van Google, maar het helpt als je tegen een klein leger van gelijkgestemden aanloopt. Maar helaas, de algoritmen van Google leveren vaak een enorme waslijst van websites op waar ik helemaal niets te zoeken of te vinden heb. En die algoritmen werken te vaak versterkend op het begrip generatiekloof. Iets waar ik zo af en toe last van (b)lijk te hebben.

Want wat heb ik aan een weblog van een iemand die meer dan 40 jaar jonger is dan ik, en die heel enthousiast een lijstje opsomt van de toekomstplannen die zij gerealiseerd wil hebben vóór haar 25ste en vóór haar 30ste verjaardag. En dan niet verder komt dan het willen hebben van een eigen poesje omdat zij verliefd is op haar twee cavia’s, of een jaartje in Lissabon wil wonen omdat het daar zo lekker warm is. Ik kan geloof ik niet zo goed tegen oppervlakkigheid. Maar na een aantal van dat soort hele serieuze toekomstplannen zijn mijn hersenen in ieder geval gestopt met malen en schud ik ietwat meewarig mijn wijze hoofd. Want ik kan dan wel lachen als iemand droomt van het hebben van een eigen poesje, zelf droomde ik op die leeftijd van een kopen van een nieuwe auto. Ik weet niet wie de wedstrijd in oppervlakkigheid zou hebben gewonnen. Dat eigen poesje was in ieder geval iets eenvoudiger en iets goedkoper te realiseren geweest. Als ik het tenminste goed heb begrepen, want dat weet je tegenwoordig ook nooit echt zeker.

Maar bijna iedereen maakt dus toekomstplannen, of droomt van ‘later’ zonder een echte definitie te hebben van het wanneer van dat later. Ik heb dat dromen van later eigenlijk nooit zo gehad want ik was altijd nogal druk met het nu. Werken op de dagen dat er gewerkt moest worden om de leuke dingen te kunnen betalen die ik wilde doen op de dagen dat er niet gewerkt hoefde te worden. En ik kon mij van dat ‘later’ nooit zoveel voorstellen. Als je die eerste nieuwe auto een keer hebt kunnen kopen, niet zoveel zin hebt in een enorme hypotheek om in een enorm huis te kunnen wonen en de rest wel OK is dan was dat wel genoeg. Ik schoof dat later misschien een beetje voor mij uit en maakte mij nooit zoveel zorgen over de toekomst, als een soort menselijke Japie Krekel. Zo af en toe dacht ik wel eens na over ouder worden, zó oud dat ik niet meer zou hoeven werken, maar daar werd ik dan zelfs een beetje onrustig van. Want wat ga je dan de hele week doen? En kan je dat nietsdoen dan nog wel betalen?

Inmiddels weet ik beter. Niet omdat ik zelf zoveel slimmer ben geworden, maar anno 2021 is alles anders. Ik ben in ieder geval iets ouder geworden en dat helpt waarschijnlijk al een beetje. En mijn wandeling door het bestaan als een soort Japie Krekel is af en toe een beetje verstoord geraakt door gebeurtenissen die mijn besef van de werkelijkheid ietwat hebben geactiveerd dan wel bijgesteld. En omdat zelfs ik niet meer kon doen alsof zorgeloosheid de norm is begon ik ineens, mede gestimuleerd door mijn echtgenote, plannen te maken voor een leuke toekomst. Een toekomst na het einde van mijn werkzame leven, een toekomst met veel vrije tijd en een toekomst waar ik mij enorm op verheug. Nu wel.

Zo langzamerhand ben ik best wel toe aan die toekomst maar ik moet helaas nog even geduld hebben. Niet dat ik bezig ben met aftellen, maar het valt af en toe niet mee om dagelijks de dag te starten op het moment dat de wekker vindt dat het moet. En om iedere dag iets te doen wat ik vandaag al precies 46 jaar doe, want op maandag 6 oktober 1975 begon ik mijn eerste werkdag in een kantoorpand aan de Backershagen in Amsterdam. En na 46 jaar ben ik er misschien wel een beetje klaar mee en zou ik liever dat zijn wat ik heel lang dacht te zijn; de Japie Krekel, die op zijn viool spelend alleen maar deed waar hij zin in had. Misschien dat ik om die reden nog niet zo lang geleden ben begonnen met gitaarspelen, want dat instrument spreekt mij nu eenmaal iets meer aan dan een viool.

Het bezig zijn met het plannen maken voor onze toekomst, en dat doen wij ook vaak samen, helpt mij de resterende periode tot het begin van die toekomst de motivatie op te brengen om naar mijn dagelijkse wekker te luisteren. En hoe die toekomst er dan uitziet? Eigenlijk niet zo heel erg bijzonder. Gewoon alleen maar die dingen doen die wij nu ook graag doen, zowel samen als alleen, maar dan veel vaker en zonder wekker en zonder dat het moet. En hoelang wij dat gaan doen? Gewoon net zo lang als die wekker mij verteld heeft dat ik moest luisteren. Wij zijn er klaar voor.

Eén gedachte over “Toekomstplannen”

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.