Te Kort

Het Leven is te kort

Ik ben mijn arbeidzame leven begonnen op 6 oktober 1975, ergens in de vorige eeuw dus. Een eeuw waarin tot dat moment veel was gebeurd. Twee wereldoorlogen en de nodige kleinere, een enorme technische en economische vooruitgang en als gevolg daarvan een stijging van de persoonlijke welvaart van een groot deel van de bevolking van mijn deel van de wereld. En het eerste wat ik van die welvaart bewust meemaakte, behalve het als 7-jarig jochie al voor de eerste keer in een vliegtuig naar New York stappen, regelmatig op kampeervakantie naar Italië gaan en door Amsterdam rondrijden op een Puch en Kreidler, was de invoering van de VUT.

Niet dat ik mij toen heel erg bezig hield met het feit dat ik dankzij die VUT nog maar 39 jaar zou hoeven werken, in plaats van tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, maar mijn oudere collega’s vierden feest. Voor mij was het nog heel ver weg en ik was helemaal niet bezig met die toen nog verre toekomst. Ik leidde mijn onbezorgde leventje van dag tot dag en was mij er niet van bewust hoe onbezorgd mijn leven was.

Vergeleken met de meeste mensen heb ik sinds altijd een redelijk gemakkelijk en onbezorgd leven gehad. Ik had een goede en leuke baan waar ik gewoon tegenaan gelopen was en waardoor ik in staat was een huis te kopen en iedere drie jaar een nieuwe auto voor de deur te parkeren zonder dat ik dat heel belangrijk vond. Of misschien zelfs wel zonder het echt te waarderen. En achteraf gezien ging vrijwel alles vanzelf, zo leek het tenminste. En natuurlijk is er ook wel eens een hobbeltje en een kuiltje geweest, maar omdat ik van nature redelijk zorgeloos ben liet ik dat dan ook weer gemakkelijk en misschien wel te gemakkelijk van mij af glijden. En dat ik in de periode van de hobbeltjes en de kuiltjes het ook financieel niet altijd of iets minder ruim had boeide mij ook niet, want om de één of andere reden kost het mij over het algemeen een beetje moeite om mij zorgen te maken om zaken die ik niet kan veranderen.

En zo werd het bijna ongemerkt en vanzelf 2020 en ben ik ineens zes jaar ouder dan de leeftijd waarop ik eigenlijk gebruik had kunnen maken van die VUT. Maar gedurende de 39 redelijk zorgeloos voortkabbelende jaren tot mijn VUT-gerechtigde leeftijd was die VUT ook alweer om economische redenen afgeschaft. En ook de mij gedurende die jaren voorgespiegelde pensioenopbouw heeft mij achteraf gezien alleen maar geleerd dat resultaten uit het verleden inderdaad geen garantie zijn voor de toekomst. Niet dat het iets uitmaakt want ik kan er niets aan veranderen. Maar na alles wat er in al die jaren veranderd is, en waar het allemaal toe heeft geleid, wat het mij heeft gebracht en kijkend naar waar en met wie ik nu ben realiseer ik dat het inmiddels allemaal te snel gaat naar mijn zin.

De 45 jaar die ik werkend, plezier makend, vakantie vierend en af en toe verdrietig achter mij heb gelaten zijn heel snel voorbij gegaan. En dat is niet erg of vervelend, maar ik heb zomaar ineens het idee dat mijn leven wel iets meer dan halverwege is. En als de rest van mijn leven in hetzelfde tempo zou verstrijken als het eerste deel dan is het leven dus echt te kort. Wat het sowieso al is. En mijn zorgeloze ik, die ik die zo gewend was dat alles altijd vanzelf gaat en dat zorgen maken nooit tot andere of betere oplossingen leidt, die ik maakt zich af en toe toch wel een heel klein beetje zorgen.

Die zorgen maak ik mij na de laatste maanden ook wel iets meer of misschien zelfs wel teveel. Want als je je teveel zorgen maakt dan gaat dat ten koste van heel veel andere dingen. Vooral leuke dingen. Maar als er wat problemen in je fysieke welbevinden optreden dan kom je ineens tot de ontdekking dat er niet heel veel voor nodig is om iets minder onbezorgd te zijn. Maar die bezorgdheid moet ook weer niet de overhand krijgen, want uiteindelijk gaat het niets veranderen in het verdere verloop. En dan kan je niet veel meer doen dan vertrouwen in de deskundigheid van een hele verzameling aan medische knappe knoppen die er alles aan doen om het gevecht te winnen.

En helpt die gedachte? Niet altijd. Vooral niet als ik midden in de nacht wakker word en bedenk dat het na al die zorgeloze jaren waarschijnlijk niet helemaal abnormaal is dat er ergens iets stuk gaat. En dat zelfs ik er uiteindelijk niet aan ga ontkomen dat er af en toe iets gerepareerd of rigoureus weggesneden moet worden. En dat het tot nu toe alleen maar een stuk of 17 lymfeklieren waren die het slachtoffer zijn geworden van een rigoureuze voorzorgsingreep. Uiteindelijk val ik dan wel weer in slaap, al dan niet met behulp van afleiding uit de via een kabeltje met de iPhone verbonden oortjes.

En dan bedenk ik dat ik, als het straks in mijn hoofd weer allemaal op een rijtje staat en ik heb geaccepteerd dat ook ik eigenlijk maar gewoon een mens ben, gewoon door zal gaan zoals ik het al die tijd heb gedaan. Gewoon leven, nog meer bewust van het feit dat het altijd te kort zal zijn. Zelfs als ik nog niet ongeveer halverwege zou zijn. En dus gewoon nog een paar jaar werken, nog veel langer plezier maken en vakantie vieren en vooral accepteren dat er altijd dingen zullen zijn waar je geen invloed op hebt en die stuk kunnen gaan. En dan word ik vanzelf ook weer wat aardiger voor mijn omgeving.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.