Ik ben er klaar mee!

Iets meer dan een jaar geleden liepen en fietsten wij door Valencia. In het vliegtuig ernaartoe hadden wij ons verbaasd over die drie medepassagiers die met een mondkapje het toestel binnenkwamen. En wij verbaasden ons nog meer toen één van die idioten, want wij deden er een beetje lacherig over, op de stoel naast ons moest zitten en haar angst duidelijk zichtbaar en voelbaar was. Zij kroop nog net niet onder haar stoel om maar zo ver mogelijk bij ons vandaan te kunnen blijven. Het was vrijdag 6 maart 2020 en wij, en met ons de rest van de wereld, hadden nog geen idee hoe snel onze wereld zou veranderen. Drie dagen later, op zondag 9 maart, vlogen wij weer terug en wisten wij zeker dat wij nog een keer terug wilden naar die mooie stad. En precies een week later was die stad, en heel Spanje, gesloten en van de buitenwereld afgesloten. Nederland volgde een dag later met het sluiten van de horeca.

Ik dacht toen, ook door wat er aan verhalen in de media werden rondgestrooid, dat het na een paar weken wel weer normaal zou zijn. Even een paar weken zoveel mogelijk thuisblijven en alle contacten vermijden zou er gewoon voor zorgen dat het virus, wat waarschijnlijk niet veel meer dan een pittig griepje zou blijken te zijn, vanzelf zou uitdoven. Net als de Mexicaanse Griep van 11 jaar eerder. En dat er een week later een speciale minister voor Medische Zorg werd aangesteld, voor de duur van drie maanden, sterkte mij in dat idee. En zo werd het April en het thuis opgesloten zitten werd al vervelend. Het is maar goed dat ik toen niet wist dat het langer zou gaan duren dan drie maanden.

Met de maand April kwam ook het betere weer. Het werd zonnig en warmer en wij zochten vooral veel de buitenlucht op. Want dat binnen zitten en niemand zien begon al aardig te vervelen. Ik stapte iedere ochtend in de auto en ging eerst een stukje rijden voordat ik aan de eetkamertafel ging werken, want zo had ik in ieder geval het gevoel dat ik naar mijn werk ging. En aan het einde van de dag ging ik een rondje hardlopen. En zo was dat hele gedoe van die pandemie toch ook nog goed voor mijn gezondheid. Mijn lichamelijke gezondheid dan want geestelijk begon ik steeds meer last van die opsluiting te krijgen. Ik kan er nu eenmaal slecht tegen als iemand mij vertelt wat ik wel of niet mag. Daar word ik narrig van.

Het werd Mei en de eerste vakantie, naar Portugal, werd al geannuleerd. Het kostte gelukkig niets, want de via Booking.com gehuurde villa kon gewoon gratis met een muisklik naar het verleden worden getransporteerd en van Transavia kregen wij een voucher om later nog eens een stukje te kunnen vliegen. En wij waren al een beetje gewend aan het idee dat een vakantie er waarschijnlijk voorlopig helemaal niet in zou zitten. Want het virus waarde nog altijd door Europa rond en kleurde heel Europa oranje. Maar het goede nieuws was dat vanaf 1 juni de terrasjes weer open mochten. En dat hielp om de verveling draaglijk te maken, want 7 dagen per week thuiszitten werd een steeds zwaardere opgave.

Ik zocht vaak de kranten af naar kleine lichtpuntjes. Geruchten over landen die misschien toch de grenzen zouden openen, in de hoop dat er dan op de één of andere manier een corridor zou zijn waar wij doorheen zouden kunnen rijden om uiteindelijk in Italië uit te komen. En zo leek het dat eerst Oostenrijk een stap zou durven zetten, en toen dat gerucht steeds sterker werd sloot Duitsland zich daarbij aan. Ik had inmiddels al contact opgenomen met de eigenaar van de al in December gereserveerde camper, en hij reageerde met de mededeling dat wij niets zouden hoeven betalen als er sprake zou zijn van Corona-overmacht. Dus werd de camper niet geannuleerd en durfden wij er voorzichtig van uit te gaan dat wij eind Augustus toch achter het stuur zouden stappen en dat het dan achter de rug zou zijn. Dat idee hielp mij de zomer door.

En zo leek er geen vuiltje meer aan de lucht en konden wij net doen alsof alles voorbij was. Alle winkels waren gewoon weer open, ook de horeca mocht weer gewoon gasten ontvangen en je zou bijna denken dat het grote uitdoven was begonnen. Er waren af en toe wat verhalen over jongeren die grote feesten vierden aan de Spaanse Costa’s en daar het virus weer hadden gevonden, maar ik kon die verhalen vrij goed negeren. Met een scheef oog op de imaginaire kalender waar onze naderende eerste vakantiedag rood omcirkeld stond. En ik ging ook weer af en toe een dagje naar kantoor of naar een klant. Tussen mijn oren was de pandemie aan het einde van zijn latijn.

De maand Augustus ging niet ongemerkt voorbij, want ik moest toch nog onverwacht afscheid nemen van mijn vader. Hij was al een paar jaar dementerend en woonde in een verzorgingstehuis, maar ineens ging het snel bergafwaarts en was het voorbij. Een pandemie stoort zich niet aan het gewone leven en het gewone sterven. Ook al was er van de pandemie in ons deel van de wereld niet zo heel veel meer te merken. Maar ik was inmiddels wel echt aan vakantie toe. En gelukkig was Europa inmiddels grotendeels geel en konden wij aan het einde van de maand de camper inpakken, de fietsen op de fietsendrager binden en op pad gaan.

Het werd een heerlijke vakantie, ook al omdat het maandenlang leek alsof het er helemaal niet van zou komen. En het leek alsof de wereld nooit meer normaal zou worden. Onderweg merkte je er gewoon helemaal niets van en konden wij net doen alsof er geen pandemie was om te vergeten. Het was alleen een beetje rustiger dan wij gewend waren, maar dat was eigenlijk misschien best wel lekker. En om een populaire bestemming als Venetië te kunnen bezoeken zonder de vloedgolf aan Russen, Amerikanen en Chinezen bracht mij zelfs op het idee om de rest van de wereld gewoon in de waan te laten dat er een pandemie was. Straks, als de pandemie voorbij zou zijn. En natuurlijk moesten wij af en toe een mondkapje op en het meten van onze temperatuur toelaten voordat wij op een terrasje mochten plaatsnemen. Maar om vervolgens gewoon op het terras van Caffè Florian te kunnen zitten met uitzicht op een vrijwel leeg Piazza San Marco was een belevenis op zich. Net zoals het dagelijks op de fiets een terrasje opzoeken op de Corso del Popolo in Chioggia.

Eenmaal terug in eigen land kwamen wij er al snel achter dat, ook al dachten wij dat het jaar 2020 al een raar jaar was, het allemaal nog niet raar genoeg was. Alsof wij na onze vakantie door het universum even terug moesten worden gehaald naar de werkelijkheid. En ineens bleken wij nietsvermoedend op een flink schuddende sneltrein te zijn gestapt die via PET-scans, MRI’s en een tweetal operaties eindigde bij het besef dat het allemaal nog iets erger kan dan een de wereld lamleggende pandemie. Vooral omdat het mijn rechterbeen had geraakt, en mijn gemoedsrust. Alleen raakte onze calamiteit dan niet de hele wereld maar ‘alleen maar’ onze wereld. En dan lijkt zelfs een pandemie een klein beetje betrekkelijk, want als ik de keuze zou hebben gehad om niet in die sneltrein te stappen om vervolgens terug te mogen keren in de verveling van een vrijwillige isolatie dan zou ik dat lachend doen. Maar die keuze is er niet en is er ook nooit geweest.

Het is inmiddels iets meer dan een jaar sinds het begin van de pandemie, de al dan niet intelligente lockdown en het besef dat de mensheid zich op een hardhandige manier is gaan beseffen hoe kwetsbaar zij is. Al vraag ik mij oprecht af dat besef er wel echt is. Een klein virusje blijkt in staat te zijn de wereld plat te leggen, domweg omdat wij met teveel zijn op een te kleine oppervlakte en omdat wij door onze reislust de wereld te klein hebben gemaakt waardoor een virus zich bliksemsnel kan verspreiden. Mijn rechterbeen doet het weer prima, wij doen het inmiddels ook weer prima en de door de wetenschap ontwikkelde immuuntherapie moet er nu voor zorgen dat het zo blijft. En dan is het natuurlijk een prestatie van formaat dat dezelfde wetenschap in staat is gebleken om heel snel een vaccin tegen de pandemie te ontwikkelen. En zelfs meer dan één. Maar ik ben bang dat het niet de laatste pandemie is geweest, gewoon omdat er in de afgelopen eeuwen ook al verschillende pandemieën zijn geweest.

De builenpest die vanaf de zesde eeuw de halve Europese bevolking een kopje kleiner maakte, de Zwarte Dood genoemde pest die in de 14de eeuw hetzelfde probeerde, vervolgens de pokken die wij Europeanen meenamen naar het net ontdekte Amerika en waardoor de inheemse bevolking werd gedecimeerd, daarna de cholera en aan het begin van de 20ste eeuw de Spaanse Griep. En dan was daar nog niet zo lang geleden ineens het HIV-virus. En dat er dan in Afrika ook nog iets als Ebola ineens van een aap naar de mens sprong telt bijna niet mee, waarschijnlijk omdat Afrika ver weg is. Maar het is bijna een wonder dat wij er als soort nog zijn en niet zijn uitgestorven. Onze overlevingsdrang is ongeëvenaard…………

Maar ik ben deze laatste pandemie inmiddels redelijk zat. Ik ben er gewoon een beetje klaar mee omdat ik vind dat wij het laatste halfjaar, naast dat pandemiegedoe, genoeg hebben meegemaakt. Ook al is het geen builenpest die half Europa gaat uitmoorden of een Zwarte Dood die er voor zorgt dat de straten, net als in de Middeleeuwen, vol komen te liggen met de rottende lijken van de slachtoffers. Dat was meer dan lullig voor iedereen die daar toen last van had, veel meer zelfs. Maar deze pandemie is gedoe en roept allerlei irritaties op. En ik heb geen zin in irritaties en wil gewoon verder met mijn en ons leven. Dus ik zou het fijn vinden als er tempo zou worden gemaakt met het vaccineren zodat wij ergens in de loop van de komende maanden weer een beetje normaal kunnen doen. En dan hoop ik dat de wereld er een les van geleerd heeft en de eerstvolgende pandemie weer minstens 100 jaar op zich laat wachten. Het is allemaal gedoe.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.