Hypochonder

Eigenlijk ben ik een redelijk deel van mijn leven best een beetje een hypochonder geweest. En misschien ben ik dat af en toe nog wel een beetje. Als ik niet goed mijn best doe om mijzelf ervan te overtuigen dat het onzin is om een hypochonder te zijn. Ik kan mij dat niet zo goed herinneren van mijn jeugd, maar ik was nooit ziek en als ik dat wel een keer was mocht ik dat van mijn ouders niet zijn. Het was de tijd van niet zeuren en doorgaan want mijn ouders hadden de oorlog meegemaakt en daarin geleerd dat je van zeuren geen eten kreeg.

Mijn aanleg voor hypochondrie stak de kop op toen ik niet meer onder de invloed van mijn ouders stond en wel mocht zeuren en aandacht kon geven aan zorgen. En je ergens zorgen over maken heeft wel iets. Het geeft je het gevoel dat je ergens bewust mee bezig bent en geeft je ook de illusie dat je er dan iets aan kunt doen. Op zich is dat een nuttige emotie want door aan te pakken blijkt dat er heel veel dingen zijn waar je ook daadwerkelijk iets aan kan doen, en dan los je het op en dat geeft dan weer een goed gevoel. Het wordt lastiger als je je zorgen gaat maken over de staat van de economie, want daar ga je niets aan veranderen, de kans dat het misschien wel gaat regenen als je over drie maanden gaat kamperen of, en die is nóg lastiger, het feit dat je wel eens ernstig ziek kunt worden.

En met al die zorgen krijg je natuurlijk vanzelf wel een keer last van stress. Zelfs ik. En dat gebeurde mij ergens begin jaren 80. Pas getrouwd, een dure hypotheek met een rente van bijna 9%, een economie met niets anders dan dramaberichten en dus de kans dat je zomaar ineens geen werk meer zou hebben en de naderende eerste grote en dure vakantie naar de VS. Dat alles was genoeg om op een avond in juli een acute aanval van stress, later noemde ze dat hyperventilatie, te krijgen en bijna om te vallen. In de weken daarna stak de hypochonder in mij voor de eerste keer zijn kop op.

Want ik was ernstig ziek. Dat kon niet anders gezien het feit dat de huisarts het eigenlijk niet zo goed wist, en wel de nodige interessante handelingen uitvoerde maar mijn hulpeloze blik beantwoorde met dezelfde blik. Het gepieker hield niet op, vooral niet omdat ik op advies van de huisarts voorlopig maar even thuis moest blijven. En daar zat ik gezellig alleen met mijzelf en mijn gedachten. Dat hielp niet echt. In de maanden daarna werd het allemaal wel wat minder, maar zo af en toe stak het toch nog wel de kop op.

Dat ging nog een paar jaar zo door. Tot ik het uiteindelijk, inmiddels van vader van twee dochters, verhuisd naar een groter huis en van baan veranderd, niet meer volhield en mijzelf een paar jaar in huis heb opgesloten. Uiteindelijk kwam dat allemaal weer goed, grotendeels dan, maar de hypochonder in mij bleef af en toe zijn kop om de deur steken om even een gesprekje met mij te voeren. En was daar een reden voor? Eigenlijk niet want ik was nooit ziek, maar een klein pijntje in een tussenribspier was al genoeg om te denken dat ik dan misschien toch al jaren rondliep met een klein mankementje aan mijn hart.

Ik had er niet echt last van omdat ik vrij goede gesprekken met mijzelf kan voeren en erg overtuigend kan zijn, en dus win ik de discussie met mijzelf wel. Met anderen wil dat niet altijd net zo goed lukken als met mijzelf, maar ik ben natuurlijk slim genoeg om te begrijpen wanneer iemand met wie ik een goed gesprek heb gelijk heeft. Tot ik 3 jaar geleden ineens werd geconfronteerd met de effecten van zoiets onzichtbaars als zonnestralen. Ik wist, na overtuigend op mij inpraten door mijn hypochonder, zeker dat ik het niet zou overleven omdat het ongetwijfeld al naar allerlei plekken zou zijn uitgezaaid. En Google is niet mijn vriend maar de vriend van mijn hypochonder.

Inmiddels ben ik drie jaar verder en denk ik dat het allemaal wel losloopt, en mijn hypochonder komt alleen nog eens op de koffie als ik mijn periodieke controle in het Antoni van Leeuwenhoek krijg. En die controle is vanaf deze maand gelukkig nog maar twee keer per jaar, dus misschien vergeet hij mij gewoon een keer en blijft op die momenten gezellig weg.

En toen was er ineens een Chinees die iets deed met een vleermuis, dat denken ze nu tenminste nog, op een drukke markt in Wuhan. En daar gebeurt dan van alles, en er gebeurt van alles niet, en voor wij het wisten of wilden toegeven gebeurde er van alles wel en niet over de hele wereld. En dus werd er ook meteen weer op mijn deur geklopt en daar stond mijn hypochonder weer met een brede grijns en de vraag of er nog koffie was.

In eerste instantie wist ik hem af te wimpelen met de mijzelf in de laatste jaren aangemeten laconieke houding, dus ik lachte hem uit en smeet de deur dicht. En ik probeerde uit alle macht die laconieke houding ook naar de rest van de wereld in stand te houden, vooral ook toen wij twee weken geleden gewoon voor een lang weekend naar Valencia vlogen. Het was daar lekker weer, voorjaar in de zon met lekker eten en drinken en er was niets te merken van welke pandemie dan ook. En nu zijn wij twee weken verder en ziet alles er in Spanje, maar ook in ons eigen land, heel anders uit en is ook mijn hypochonder weer een paar dagen langs geweest.

Op een korte wandeling naar het winkelcentrum voor de dagelijkse boodschappen, een lange wandeling in het weekend en een regelmatig rondje hardlopen na speelt het leven zich sinds een paar dagen plotseling hoofdzakelijk binnen af. En dat is niet omdat wij, zoals eerst in Italië en daarna in nog een aantal landen het geval was, niet meer naar buiten mogen, maar omdat wij met zijn allen plotseling heel on-Nederlands gedwee en volgzaam zijn. En misschien zijn wij ook wel een beetje bang.

En het is heel onwezenlijk om na de eerste hamstergekte en overvolle parkeerplaatsen op zaterdag nu te zien hoe stil het op straat is. De meeste mensen komen alleen nog het huis uit om even snel te zorgen dat er eten in huis is en sluiten zichzelf daarna veilig binnen op. En het gevolg is nu, na een paar dagen, dat wij geen verplichte winkelsluiting hebben ingesteld, maar dat er steeds meer winkels vrijwillig de deuren sluiten omdat er domweg niemand meer gaat winkelen.

Maar het gemis aan drukte, de gesloten winkels en restaurants en het gebrek aan sociale contacten gaf mij ook de kans om mijn hypochonder de nodige hoeken van onze nieuw ingerichte kamer te laten zien. En hij heeft zijn biezen dus maar weer gepakt omdat ik nu ook zelf pas goed begrijp, na weer een goed gesprek met mijzelf, dat een hypochonder een slechte raadgever is. Natuurlijk heerst er een bepaalde dreiging, en natuurlijk lopen wij een risico, en natuurlijk heb je een probleem als je ziek zou worden, maar uiteindelijk is het gewoon een feit dat wij gewoon grotendeels zelf in de hand hebben wat er met ons gebeurt. Niet helemaal maar wel grotendeels.

En als wij goed op onszelf passen en uit de buurt blijven bij de mensen die niet zo goed op zichzelf passen dan is dat al een eerste goede stap in de richting. En die stap geeft een grote kans op lichamelijk welbevinden. En voor het geestelijke deel van ons welbevinden moeten wij zoveel mogelijk uit de buurt blijven van de enorme hoeveelheid informatie en desinformatie die over ons wordt uitgestort. En dan niet onze koppen in het zand steken maar ‘gewoon’ die hypochonder samen met Google buiten de deur houden. Want die hypochonder helpt niet bij het voorkomen of genezen van een melanoom, de door een coronavirus veroorzaakte griep of wat dan ook. Ik ben er klaar mee……

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.