Gewoon Doorgaan

Het zijn zware tijden, daar is iedereen het wel over eens. Maar ik dacht dat het in mijn cirkel, of mijn bubbel, wel meeviel en dat ik geen enkele reden had tot klagen. En eigenlijk heb ik dat ook niet, ook al moet je daar al aan gaan twijfelen als je het woord ‘eigenlijk’ gaat gebruiken. Maar als je dan om je heen kijkt, en ‘om je heen’ heen is dan een heel ruim begrip als dat niet tot je woonplaats of zelfs je eigen land beperkt blijft, dan vind ik dat ik ook niet mág klagen.

Wij waren in het eerste weekend van Maart in Valencia. Wij hebben daar heerlijk gewandeld, lekker gegeten, gefietst en nog veel meer. Er was op dat moment in China en Italië wel iets aan de hand, en de eerste gevallen van een nieuw griepje waren ook in ons eigen land al in het nieuws. Maar er was nog niet echt iets om je zorgen over te maken. Dachten wij. En op het vliegveld liepen wel een paar zonderlingen rond die net deden alsof zij in de zorg werkten en waren vergeten dat zij vrij waren, maar die bestempelden wij eigenlijk als Corona-gekkies. Want als je bij je volle verstand bent ga je toch niet met zo’n raar mondkapje rondlopen?Of je moet een Aziaat zijn, want daar schijnen ze dat al heel lang te doen.

En in Valencia was het gezellig druk op straat, want wij waren daar in de tijd van de Fallas en dan is het iedere dag gezellig druk in de straten en op het centrale plein. En wij liepen daar in die drukte zonder ons bewust te zijn van wat er stond te gebeuren. Onze verbazing was dan ook groot toen niet lang nadat wij terug waren van onze korte vakantie Spanje op slot ging en Valencia één van de brandhaarden van de Corona-uitbraak bleek te zijn. En niet lang daarna ging zelfs hier in Nederland alles zo goed als dicht.

De periode van het thuiswerken brak aan, en eerlijk gezegd beviel mij dat prima. Want als je gewend bent dat de wekker vrijwel dagelijks rond 6 uur vindt dat je wakker moet worden, waarna je het drukke verkeer mag opzoeken om vervolgens gemiddeld 1,5 uur onderweg te zijn naar een werkplek dan scheelt dat best wel. En aangezien het thuiswerken zakelijk gezien prima bleek te kunnen was iedereen blij. In het begin dan.

Het duurde niet lang tot ik het toch wel iets minder leuk begon te vinden. Ik was mij daar in eerste instantie niet echt van bewust, maar ik wist wel dat er her en der wat kleine barstjes in mijn oorspronkelijke optimisme begonnen te verschijnen. Ik kon er niet meteen de vinger op leggen maar op enig moment werd ik mij ervan bewust dat ik ergens behoefte aan had. En vanaf dat moment stapte ik ‘s ochtends eerst in de auto om een stukje te gaan rijden om het gevoel te krijgen dat ik ‘normaal’ naar mijn werk ging. Zoals ik al meer dan 40 jaar gewend was te doen. En dat hielp. Tijdelijk.

Na verloop van een paar weken was ik wel klaar met die onzin, ook al omdat het doelloos rondrijden mij begon te vervelen. En ik dacht ook dat ik het niet meer nodig had omdat ik mij er te goed van bewust was waarom ik het deed. En dus verzon ik een nieuwe truc, ik ging tijdens de lunchpauze een stukje wandelen en meteen boodschappen doen. Niet alle boodschappen, want dat was een beetje zwaar, maar Mikkie liet een paar dingen voor mij op het lijstje staan zodat ik een doel had. En dat doel was dan een trosje bananen bij de Appie en een stukje kaas of paardenworst op de markt. En dat was ook wel OK, en dat doe ik nog steeds.

Omdat ik merkte dat mijn werkdagen steeds langer werden, want vergaderen via Teams kost of neemt toch meer tijd en kost meer energie dan je denkt, moest ik daar ook iets op verzinnen. En dus besloot ik te proberen om gewoon op tijd de stekker er uit te trekken en een rondje te gaan hardlopen. Twee vliegen in één klap, zo leek het. Behalve natuurlijk als je na thuiskomst van het hardlooprondje toch nog even de mail checkt en weet dat je de volgende ochtend meteen weer aan de bak kunt omdat niet iedereen op tijd de stekker er uit trekt.

En omdat het steeds drukker werd schoot ook mijn tweewekelijkse vrije vrijdag er vaak bij in, en zelfs de zaterdagen waren niet altijd meer vanzelfsprekend vrije dagen. Het begon ongemerkt op allerlei plaatsen te kraken en te barsten en ik liep steeds vaker te mopperen en te schelden. En ik werd ook steeds beter in dat schelden, maar niet genoeg tegen mijzelf. Ik verloor mijzelf een beetje uit het oog.

Ik klaag niet, of beter gezegd; dat deed ik niet. Tenminste niet genoeg. Want hoezo heb ik het zwaar? Mikkie kookte wat uitgebreider en maakte het gezellig, wij wandelden vaak in de duinen en over het strand en naarmate het voorjaar vorderde en de maatregelen werden versoepeld zochten wij af en toe een terrasje op. Dus wat had ik te klagen? Zo zwaar hadden wij het toch niet? Vergeleken bij de rest van de wereld? Maar ongemerkt, grotendeels ongemerkt, begon er toch op allerlei plaatsen meer te kraken en kwamen er meer kleine barstjes.

Ik werd narrig en het slapen ging ook niet meer zoals ik vind dat het zou moeten. Gewoon in slaap vallen en wakker worden van de wekker, zoals ik dat al jaren doe. Het opstaan en achter de verzameling beeldschermen gaan zitten, de hele dag tegen een beeldscherm kletsen en na de te lange werkdag de laptop opzij schuiven en vervangen door een bord met mes en vork en daarna een paar meter opschuiven om op een andere plek te gaan zitten begon als een sleur te voelen. En op die andere plek raakte ik mijn moppergevoel niet meer kwijt en ook de barstjes herstelden ongemerkt niet meer.

En de laatste paar weken ben ik dat Corona-gedoe gewoon zat. Als ik de woorden ‘het nieuwe normaal’ hoor heb ik de neiging te gaan schelden. De opeenstapeling van al dan niet deskundige zeurpieten op TV en in de krant werken op mijn irritatieklier. En ik ben er een beetje klaar mee dat het overal waar je komt over een virus gaat waar niemand verstand van heeft. Het wordt mij te zwaar en kan het niet meer zomaar van mij af laten glijden. Één van de symptomen van het niet besmet zijn met dat virus, in mijn geval tenminste, is het ontwikkelen van lange tenen. En een ongebreidelde aandrang om iedere week een set nieuwe wijnglazen te kopen om iets te hebben om kapot te gooien. Ik ben er klaar mee.

Klinkt dat een beetje overspannen? Ik denk het wel. En moet ik daar iets mee? ik denk zeker van wel. En wat moet ik daar dan mee? Gewoon helemaal niets, want ik moet al teveel en mag al zoveel niet. Maar ik wil er wel iets mee en ga er ook iets aan doen. En wat ik daar aan ga doen? Ik ga maar eens beginnen met het opzoeken van de grenzen waarvan ik ben vergeten dat zij bestonden. En als daar weer slagbomen, paaltjes met prikkeldraad en bewapende bewakers zijn neergezet dan is de eerste stap gezet. En dan ga ik eerst slaap inhalen en weer mijzelf worden en kijken of ik dan ook mijn lachspieren weer vaker kan vinden. En wanneer begin ik daar mee? Gewoon nu!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.