Dancing Out Loud

De badkamer is de bijna spreekwoordelijke ruimte die door veel mensen, die dat op geen enkele andere plek zouden durven, wordt gebruikt als plek om te zingen. Misschien komt het door de akoestiek die er met zijn galm voor zorgt dat het altijd beter klinkt dan bedoeld. Of zou het door de bewasemde, net gepoetste, glazen douchedeur komen waardoor men zich onbespied en dus ook ongehoord kan wanen? En omdat ik ietwat rationeel ben aangelegd, en daardoor weet dat ik onbespied nog ongehoord ben, zal ik niet zo snel zingen als ik onder de douche sta. Ik zoek andere plekken op.

Ik verheug mij ten eerste altijd op het begin van de gemiddelde werkdag, ook al is dat vaak erg vroeg, omdat ik dan vaak minstens een uur in mijn auto mag doorbrengen. En mijn auto heeft een aantal mooie extra’s waarvan de geluidsinstallatie op dat tijdstip de belangrijkste is. Ik wacht op dat vroege uur altijd even tot ik ver genoeg van huis ben om geen geluidsoverlast te veroorzaken voordat ik Spotify via Apple Carplay activeer en een playlist kies. En waarschijnlijk ben ik op dat tijdstip één van de weinige weggebruikers die, al dan niet ritmisch op en neer en heen en weer bewegend en uit volle borst proberend het volume van de muziek te overstemmen, de file opzoekt. Maar er is een plek die voor mij nóg beter als vervanging van de badkamer fungeert dan de auto.

Die plek vind ik niet daar waar mijn bureau staat. Ook al staat dat bureau nooit op dezelfde plek en ook niet in hetzelfde pand of dezelfde gemeente. En omdat ik op allerlei verschillende plaatsen in het land werk zijn ook de mensen om mij heen niet iedere dag dezelfde. En dat houdt in dat ik mij dan ook niet geroepen voel om zonder enige vorm van, al dan niet misplaatste, verlegenheid uit volle borst met de alleen in mijn oren hoorbare muziek mee te gaan zingen. Zelfs mijn gedag kan af en toe té gemaakt en misplaatst onaangepast zijn, en dus houd ik mij dan maar in.

Maar door mijn werk en de af en toe daarbij behorende reisafstanden breng ik nog wel eens een nachtje in een hotel door. En daar ben ik dan meestal redelijk op tijd waardoor ik een rondje kan hardlopen en kan douchen, en dan nog blijft er nog altijd een redelijk stuk avond over. En terwijl ik dit schrijf zit ik op mijn bed in het Van der Valk in Zwolle, met de bij mijn iPhone meegeleverde oordopjes in mijn linker- en rechtergehoorgang geklemd en Spotify op vol volume. En de beslotenheid en anonimiteit van die kamer op de hoogste verdieping geeft mij volop de gelegenheid om uit volle borst mee te dansen. En net te doen alsof die kamer op dat moment mijn privé badkamer is.

Ik denk dan zeker te weten dat ik mij onbespied kan laten gaan en het boeit mij dan ook helemaal niet of dat al dan niet ongehoord gebeurt. En terwijl ik dit al ritmisch heen- en weer bewegend schrijf verheug ik mij op het ontbijt van morgenochtend, net als altijd wanneer ik voluit en ongemerkt, en door het volume in mijn gehoorgangen voor mijzelf onhoorbaar, met Spotify meezing. Want ik weet zeker dat ik niet de enige ben die dan toch een klein beetje schuldbewust om zich heen kijkt, op zoek naar de tijdelijke medebewoners die de vorige avond de slaap niet konden vatten omdat er ergens op hun etage iemand te hard zat te zingen.


Sail away, away
Ripples never come back
They’ve gone to the other side
Look into the pool, ripples never come back
Dive to the bottom and go to the top
To see where they have gone
They’ve gone to the other side

1 Reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.