Boos

Ik ben al een paar dagen een beetje ontstemd. Of misschien moet ik gewoon zeggen dat ik boos ben. En af en toe zelfs wel een beetje pisnijdig, een klein beetje maar. En als je dan ook nog eens niets kan doen om die negatieve energie kwijt te raken dan komt er ongetwijfeld een moment dat het servies het moet ontgelden. In ieder geval virtueel.

Drie maanden geleden, en op het moment dat ik het schrijf ben ik nog steeds verbaasd dat het pas drie maanden geleden is, reden wij onbezorgd met onze camper door het zonnige Italië. Een iets ander Italië dan wij gewend waren omdat het een stuk rustiger was dan in voorgaande jaren, maar dat had ook wel iets speciaals. Op de terugweg stopten wij nog een paar dagen in Oostenrijk en Duitsland, om na thuiskomst het gewone leven weer aan te kunnen. Voor zover je dit jaar op dat moment tenminste ‘gewoon’ kon noemen.

De drie maanden na onze vakantie hebben wij geleerd wat het begrip ‘Rollercoaster’ inhoudt. En daarnaast hebben wij geleerd, en vooral ik, dat je vanaf het moment dat er bij een controle in een ziekenhuis iets vervelends wordt gevonden, weinig invloed meer hebt over wat er gebeurt en wanneer. En daar kan ik redelijk slecht tegen. Of misschien eigenlijk wel meer dan redelijk slecht.

Eerlijk gezegd heb ik er over het algemeen nogal moeite mee dat iemand anders mijn dag-, week- of maandindeling bepaalt. Niet dat ik persé alles zelf wil bepalen, maar ik wil minstens het gevoel hebben dat ik ergens een mening over mag hebben en dat er ook een beetje rekening mee wordt gehouden. Thuis is dat geen enkel probleem maar in de werksituatie levert dat al iets meer wrijving op. En ik snap best dat het af en toe wat lastig kan zijn dat ik mij niet willoos het hele land door laat sturen, en dat ik mijn regelmatig afwijkende mening niet altijd voor mijzelf houdt. Al is het maar om daar zelf ook plezier van te hebben.

Hoe anders is het ineens als je in de handen valt van de medische mallemolen. En natuurlijk snap ik dat men er in een instelling als het Antoni van Leeuwenhoek van uitgaat dat zij alle wijsheid in pacht hebben. En zij hebben de wijsheid niet alleen in pacht, zij hebben de wijsheid zelfs uitgevonden. En daar kan ik alleen maar met heel veel respect naar luisteren en accepteren dat zij precies weten wat zij doen. Ik wil daar niet eens een afwijkende mening over hebben, want daar kan ik alleen maar last van krijgen. En bij de snelheid en voortvarendheid waarmee mijn verrassende uitzaaiing werd aangevallen zou al bijna genoeg moeten zijn om dat ettertje op de vlucht te doen slaan.

Nog geen twee dagen na de diagnose vond ik mijzelf al terug in een indrukwekkend apparaat waarmee een PET-scan van mijn hele lichaam werd gemaakt, en een week later volgde een MRI van mijn grote hoofd. En dat vond ik toen nog niet echt onprettig omdat ik zelf nog moest wennen aan het idee dat ik ergens een uitzaaiing had, en mijn hoofd waarschijnlijk nog even tijd nodig zou hebben gehad om zelf te bedenken wat er moest gebeuren. En toen de uitslagen bekend waren, en ik had gehoord dat er ook daadwerkelijk maar één relatief klein ettertje in een lymfeklier zat, kon de oproep voor de operatie niet snel genoeg komen.

Tussen het vinden van de uitzaaiing en de operatie waarbij, naar later bleek, 17 lymfeklieren uit mijn rechterlies zouden worden verwijderd, zat niet meer dan 6 weken. En toen dacht ik even klaar te zijn met bezoeken aan het ziekenhuis, want er was nog verteld dat ik na de operatie een jaar preventief immuuntherapie zou krijgen maar niet wat dat precies zou betekenen. En dat er in hetzelfde tempo wordt doorgegaan met het aanpakken van het, in mijn ogen, grotendeels al verholpen probleem begint nu een beetje irritant te worden. Want er wordt van alles ingepland, zonder enig overleg en zonder te bedenken dat ik en wij misschien andere afspraken hebben, en dat kan ook zomaar niet langer dan twee dagen van tevoren per post worden meegedeeld. En ik begrijp misschien een klein beetje dat het ook lastig is om overal omheen te plannen, maar het raakt mijn zelfstandige ego op allerlei plekken om het gevoel te hebben gesommeerd te worden om op te komen draven. Voor mijn eigen bestwil uiteraard, maar toch.

En als dan ook de informatie over het herstel na mijn operatie niet helemaal compleet is, in ieder geval niet compleet genoeg zodat ik zou zijn voorbereid op een mogelijk iets langere hersteltermijn dan in het meest gunstige scenario, dan voel ik mij een klein beetje gepiepeld.

En dat levert een boos gevoel op. Boos op mijn lichaam omdat ik mij daardoor een beetje in de steek gelaten voel. Boos op sommige medewerkers in het ziekenhuis die af en toe op mijn zelfstandige ego gaan staan. En boos op de rest van de wereld omdat ik gewoon zin heb om boos te zijn, en dan vooral omdat ik nog niet gewoon kan doen waar ik zin in heb en alleen maar op een stoel kan zitten en op mijn rug kan liggen. Dat laatste is leuk als je met zijn tweetjes met een campertje door Italië rijdt, maar niet als iemand met een witte jas vertelt dat je dat moet doen.

Ik zal de komende tijd mijn zelfstandige ego moeten leren om zich af en toe koest te houden, af en toe even diep adem te halen en te accepteren dat het het is zoals het is en dat het niet zal veranderen. En ik zal geduld moeten hebben, of moeten leren hebben, want dat schijnt het wat makkelijker te maken. Zegt men. En als ik dan begin met niet meer boos zijn dan zou dat een goede eerste stap zijn. Misschien dat ik daar morgen, na het derde bezoek aan het ziekenhuis van deze week, mee ga beginnen. En dan zien wij na het weekend wel weer verder.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.