Vakantie

Het is vakantie, voor ons tenminste. En vakantie was in het verleden altijd een heel gedoe want er moest ieder jaar een andere bestemming worden bedacht. Ik kon mij niet voorstellen dat een vakantie leuk kon zijn als ik ergens naartoe ging waar ik al was geweest. En dan ging het niet om het land maar om de exacte plek in dat land, en dat land was dan gewoon Italië.

En waarom Italië en geen Spanje of Frankrijk? Dat was voor mij redelijk eenvoudig. Niet gehinderd door enige persoonlijke ervaring was Spanje het land van de costas met de Hollandse bruine kroegen, de Hollandse snackbar en dus ook met niets dan Nederlanders die dat leuk vinden. En Frankrijk was gewoon mijn land niet, zo’n sleurhuttenbestemming en ik ben niet van de sleurhutten. En daarnaast hoop ik in mijn vakantie ook nog eens zo weinig mogelijk Nederlanders tegen te komen die thuis nooit een wildvreemde zullen aanspreken en het in de vakantie bijna hun plicht vinden om gesprekken met iedere landgenoot aan te knopen en, o gruwel, je nog gezellig iedere avond op de koffie uitnodigen ook. Ik ga dus niet voor niets graag naar het buitenland op vakantie.

Het niet naar een plek teruggaan als ik er al geweest was had ook iets met het afzetten tegen typisch Nederlands vakantiegedrag te maken, want er zijn hele volksstammen die de sleurhut ieder jaar naar dezelfde bestemming rijden omdat het zo lekker vertrouwd is. Ik dus niet, tot het jaar 2001.

Het jaar daarvoor waren wij in Bracciano aangeland en daar waren bijna geen Nederlanders en het dorp voelde heel snel als thuis. En met Rome in de buurt werd ook aan een tweede wens voldaan want ik kan niet 3 weken op mijn rug liggen, ik moet na een paar dagen iets doen en dat iets moet dan bijvoorbeeld iets als Rome zijn. Maar in 2001 gingen wij niet naar Bracciano terug want dat deed ik nu eenmaal niet, en daar had ik de hele vakantie spijt van. Zoveel spijt dat er tijdens die vakantie werd besloten om het volgende jaar toch maar weer een keer naar Bracciano te gaan. En daarna ben ik er nog wel een paar keer terug geweest.

Inmiddels ben ik gewend aan het terugkomen op een plek waar ik al eerder ben geweest en vandaag kwamen wij voor de vierde keer in Aghioi Apostoloi, het nieuwe tweede thuis. Anders dan Bracciano, want daar was het vooral het dorp wat thuis was, maar toch thuis. En dan is het eerste wat wij doen even langs de Inka, de plaatselijke Appie, om water en wijn in te slaan en daarna lopen wij naar ons eigen strandje waar Yannis al jaren de strandbedjes verhuurt. En nadat wij hartelijk door Yannis zijn verwelkomd en naar het beste plekje zijn gewezen, daarna ook Miranda weer blij was dat zij ons weer van frappé en cappuccino kon voorzien, is de vakantie begonnen.

En sinds vandaag begrijp ik wat het leuke is van het terugkomen op een bekende plek, want terwijl ik met een dik boek in mijn handen even om mij heen keek besefte ik dat het al op de eerste dag voelt alsof je er al al minstens een week bent. Je hebt daardoor meteen de eerste dag al het gevoel alsof je alle drukte, noem het maar de werkstress, helemaal kwijt bent. En als je daarna nog tot de ontdekking komt dat je er nog een tijdje blijft en dat er boeken op de E-reader staan voor een jaar, dan slaat de ontspanning volmondig toe, en ook volledig.

Alleen jammer dat mijn eerste boek dan een echt boek is, en nog een heel dik en zwaar boek ook, en daar word je dan best wel weer moe van.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.