Rust

Ik heb een aantal jaar geleden de rust gevonden, zo lijkt het. Maar daar heb ik mij nog wel een tijdje tegen verzet want rust klinkt als ingekakt, in mijn oren tenminste.

Ik heb mij jarenlang verzet tegen het kiezen voor een vaste plek als vakantiebestemming, het ieder jaar in de auto stappen met een aangekoppelde aluminium tent op wielen en vervolgens naar dezelfde plek aan een Italiaans meer rijden om daar gezellig met alle andere jaarlijkse vakantieforenzen 3 weken koffie te drinken en te barbecueën. Het was (en is) in mijn ogen de burgertruttigheid ten top. En ook al reed ik wel ieder jaar naar Italië, ik deed dat zonder iets voort te sleuren en ook ieder jaar naar een andere plek waar wij een stacaravan huurden. En als ik eenmaal op die plek was aangekomen bleef ik daar vooral niet drie weken in mijn klapstoeltje zitten met mijn Nederlandse krantje en een puzzelboekje. Dat lukte wel een dag of twee maar dan werd ik weer onrustig en moest er een dagje op uit worden getrokken, en als het niet anders kon dan deed ik dat alleen. En als ik dan hoorde dat de meeste andere Nederlanders er al voor de weet-ik-veel-hoeveelste keer kwamen omdat het er zo ‘gezellig’ was stond het kippenvel dik op mijn armen, en was ik in gedachten al op zoek naar de bestemming voor het volgende jaar.

Het ging uiteindelijk zelfs zo ver dat ik op zoek ging naar een Italiaanse bestemming waar zo min mogelijk Nederlanders zouden zijn, en dan moet je dus iets verder weg en de Noord-Italiaanse meren voorbij rijden, en zo kwamen wij in Bracciano terecht. Het was een plek met Italianen, Fransen, Hongaren en ook een paar Nederlanders, en op korte afstand van Rome. En achteraf gezien was dat de eerste keer dat ik mij niet de hele vakantie onrustig voelde en alweer bezig was met de volgende bestemming. Ik kon nog steeds niet de hele week in mijn klapstoeltje blijven zitten maar ik voelde mij wel meer op vakantie dan anders. Maar natuurlijk ging ik het volgende jaar niet naar die plek terug, want het was nu eenmaal tegen mijn principes om twee keer naar dezelfde plek te gaan, maar zaten wij ergens in Toscane terwijl ik heimwee had naar Bracciano zonder dat in eerste instantie aan mijzelf te willen toegeven. Maar ergens in die periode kwam ik tot het besef dat het onzin was om niet terug te gaan naar een plek waar wij al eerder waren geweest, alleen maar omdat het tegen onzinnige principes was en zo vond ik mijn rust in Bracciano. Het eerste deel in ieder geval.

Dat betekende niet dat het verzet tegen het jaarlijks terugkeren op eenzelfde bestemming in zijn geheel was opgegeven, want in mijn hoofd was dat alleen maar verbonden met Bracciano. Iedere andere bestemming was per definitie éénmalig. Maar toen ik voor de eerste keer met Josje op Kreta was bleek ik ook nog eens zomaar langer dan een week iedere dag op een strandbedje met een boek te kunnen doorbrengen, zonder de gebruikelijke na een paar dagen opkomende onrust waardoor ik ‘iets’ moest gaan doen. Ik deed gewoon helemaal niets, en dat iedere dag, en verheugde mij iedere dag weer op het door Stelios klaargemaakte eten en zijn praatjes na het eten onder het genot van een glaasje. En gek genoeg leek het mij een jaar later ook nog eens leuk om daar nog eens naar terug te gaan, en vond ik het geweldig dat wij niet alleen door Stelios maar ook op het strand door Yannis herkend en begroet werden alsof wij er al jaren kwamen.

En dit jaar hadden wij ook best wel weer naar Kreta willen gaan maar kozen voor een ander eiland omdat de accommodatie van Stelios om de één of andere reden niet te boeken was, maar dat andere eiland was het toch niet helemaal. En zo waren wij een paar dagen geleden op zoek naar een bestemming voor volgend jaar toen ik ontdekte dat onze ‘vaste’ plek op Kreta weer in de gids stond. En wij hebben vandaag alweer gereserveerd voor eind september 2012, na het lopen van de Dam tot Damloop, om te voorkomen dat het vol zou zijn. En wij verheugen ons allebei alweer op een vakantie op ons vaste plekje op Kreta, en inmiddels weet ik dat dit niets te maken heeft met inkakken maar met rust. En ik weet nu ook dat het spontaan iets bedenken om naartoe te gaan, waar ik het hele jaar door ‘last’ van heb, niets te maken heeft met onrust. En dat is een rustig gevoel.

Kerst

Het is de ochtend van de tweede Kerstdag en voor het tweede jaar op rij zijn wij in ons land gezegend met een sneeuwdek, en dit keer nog wat dikker dan vorige jaar. Overigens was het in 2009 voor het eerst sinds 1981 dat het een officiële witte kerst was en voor de volgende witte kerst moeten wij terug naar 1964 (Bron: KNMI). Ik heb niet zoveel met dat witte spul en de bijbehorende temperaturen al vind ik het wel heel mooi om vanuit mijn warme auto naar de landschappen te kijken waar ik dagelijks doorheen rijd. Maar ik heb meer met zon en warmte en het wordt tijd dat er een DVD op de markt komt met niets dan beelden van Toscaanse landschappen in de zomer, dit ter compensatie voor mijn dreigende winterdepressie.

Het schijnt zo te zijn dat de meeste mensen Kerst op een redelijke traditionele manier ‘vieren’, en dan heb ik het met name over het traditioneel samen eten met ouders en schoonouders of andere vormen van familie. Wij hebben niet zo heel veel met de voor velen gebruikelijke tradities en verplichtingen en vooral ik heb dan ook nogal wat plezier als ik de gezichtsuitdrukkingen zie als ik om mij heen hoor vertellen wat voor gezelligs men allemaal gaat doen tijdens deze dagen. En de diepe zuchten die daarbij worden geslaakt zorgen bij mij nog voor wat extra verhoging van de feestvreugde. En zo wordt Kerst voor velen een periode waar niet naar uit wordt gekeken omdat die dagen al dan niet deels moeten worden doorgebracht op plaatsen waar men op dat moment liever niet wil zijn.

Wij hebben gelukkig geen last van Kersttradities en doen ook niet aan de tradities van anderen mee, al hebben wij inmiddels wel onze eigen traditie opgebouwd. Wij doen dus vooral dingen die wij leuk vinden en dat kan ieder jaar iets anders zijn. Zo hebben wij vorig jaar één van beide dagen in de sauna doorgebracht en dit jaar hebben wij een stapel DVD’s verzameld en zijn wij vooral lui, al wordt er tussendoor natuurlijk wel zo af en toe iets lekkers klaargemaakt. En volgend jaar doen wij het waarschijnlijk weer heel anders want als het goed is staat hier dan een nieuwe keuken en misschien vinden wij het dan wel heel leuk om, heel traditioneel, de kinderen te vragen om te komen eten.

Toscane

Wij zijn weer terug van een weekje Toscane met als afsluiting een paar dagen Rome. Even een paar dagen zon, lekker eten, een beetje Italiaans kletsen en tot rust komen. Maar daarnaast ook ervaren dat het zelfs in Italië wel eens een dagje wat minder goed weer kan zijn. Dat wist ik natuurlijk wel want in augustus 2002 heb ik daar een paar dagen lopen rillen omdat het niet warmer was dan 15 graden terwijl het regende en hard waaide, en ik zo eigenwijs ben om nooit een trui of een jas mee te nemen als ik naar Italië ga.

Toen wij zondag 31 mei in Pisa aankwamen was het al bewolkt en regenachtig, en dat terwijl wij hier met zon en een lekker temperatuurtje vertrokken. Op het vliegveld eerst de auto opgehaald en vervolgens even langs de beroemde ‘Torre Pendente’ gereden want uit ervaring wist ik dat er in dat stadje niet veel meer te bezichtigen valt, en als je toch in de buurt bent moet je die scheve toren toch een keertje gezien hebben. Ondanks de regen hebben wij toch buiten op een terrasje, maar wel onder een enorme parasol, gegeten. Vervolgens op zoek naar de B&B en eerlijk gezegd weet ik niet meer hoe ik dat vroeger zonder navigatiesysteem allemaal deed, want het was best even zoeken.

De volgende dag na het ontbijt eerst richting Lucca en daarna zouden wij wel zien. Het was nog steeds bewolkt en niet echt warm en Josje kreeg zelfs last van koude voeten, want in Italië doe je sandalen aan en geen warme sokken en schoenen. Toen wij in de loop van de middag Lucca verlieten werd het steeds donkerder en begon het na verloop van tijd echt hard te regenen en werd het echt koud. En eerlijk gezegd is zelfs Italië veel minder mooi als het grijs en somber weer is en het nodigt ook niet echt uit om iets te gaan bekijken. Uiteindelijk zijn wij in Livorno aangeland waar wij in ieder geval goed gegeten hebben, want de Gnochetti, Pasta en Fritta Mista di Mare smaakten geweldig.

De volgende ochtend werden wij zonnig wakker, en hebben wij de hele dag in Firenze (ook wel bekend onder de naam Florence) rondgelopen. De eigenaar van onze B&B wist ons niet alleen te vertellen dat je vanwege de parkeertarieven beter niet met de auto naar Firenze kan gaan maar hij had zelfs de dienstregeling van de trein al voor ons geprint. En wij hebben de auto dan ook in Montecatini bij het station neergezet en hebben vervolgens dankbaar gebruik gemaakt van het gemak van de Italiaanse trein. Die avond zouden wij eten in een klein restaurantje in de buurt van de B&B maar dat was gesloten, zoals het ook de beide avonden tevoren al gesloten was. En zo kwamen wij in een dorpje terecht waar zij nog nooit een toerist hadden gezien maar waar zij wel een geweldige Pizza konden maken, en waar je volgens Italiaans gebruik ook een ijskoude Limoncello kreeg na het eten.

Op woensdag was het weer zonnig en warm en reden wij richting Siena en Volterra en onderweg ontdekten wij iets wat hier in Nederland met gejuich zou worden begroet. Je ziet daar lang de weg regelmatig een groot bord met daarop de mededeling dat de snelheid elektronisch wordt gecontroleerd. Dat zie je hier ook overal en je weet dat er dan af en toe een mobiele camera staat en de vaste camera’s weet je op een gegeven moment ook wel te staan. Het blijft echter goed opletten. In Italië is dat anders want iedere keer als er zo’n bord stond dan stond de camera ca. 200 meter verder met een waarschuwingsbordje ernaast zodat je wel stekeblind moet zijn als je in dat land ooit geflitst wordt. Overigens zijn de wegen daar van een dusdanige kwaliteit dat je auto allerlei onderdelen verliest als je te hard zou rijden en de inzittenden moeten dan iedere keer de zonnebril tussen hun tanden vandaan halen en weer op de neus zetten. Die dag hebben wij overigens eindelijk in het restaurantje om de hoek kunnen eten want het bleek zomaar ineens open te zijn. En het eten smaakte inderdaad prima.

Donderdag reden wij van ons B&B in Toscane naar het zuiden om uiteindelijk in Bracciano aan te komen. Even weer rondlopen in een bekende omgeving en op zoek naar Pan di Vescovo. Er zit daar in een klein plaatsje een heel klein banketbakkertje, waar ze uitsluitend zelfgemaakt gebak verkopen. En dat is niet te vergelijken met de banketbakkers hier in Nederland waar alles keurig in puntjes gesneden in een goed verlichte en gekoelde vitrine staat en waar alles er uit ziet alsof het rechtstreeks uit de fabriek komt. Het ziet er daar ook echt uit alsof het met de hand gemaakt wordt, vormeloos en ruw maar je moet het vooral proeven. Er loopt daar een oud Italiaans vrouwtje rond, overigens is zij in de afgelopen 9 jaar nog geen dag ouder geworden, die je van alles laat proeven en bij het inpakken van je bestelling er ook nog van alles bij stopt en daarna de prijs naar beneden afrondt. En eerlijk gezegd zou je waarschijnlijk niets van haar kopen of aanpakken als zij hier in een winkel zou rondlopen want dan zou zij zich eerst moeten scheren. Maar vrijdag hebben wij door Rome lopend niets anders gegeten dan zo af en toe een stukje Italiaans gebak met chocolade, honing, citroen, noten en wat er nog meer allemaal in zit.

Zaterdagochtend schrokken wij wakker van een enorme donderklap en regende het weer pijpenstelen maar toen wij echt wakker werden scheen de zon weer, al werd het in de loop van de dag weer bewolkter en vochtiger. Maar in Rome, ongeveer 30 kilometer verderop, was het prima weer en hebben wij nog even een rondje langs de bekende punten gemaakt om daarna in Bracciano te eten en te proberen onze fles Grappa leeg te maken voordat wij weer naar huis zouden gaan.

En nu zijn wij alweer een weekje terug en kunnen wij er weer helemaal tegen.

Toscane

In mijn bloed stroomt iets Italiaans. Dat is niet altijd zo geweest, of ik heb het domweg niet altijd geweten.

Als kind kwam ik al met mijn ouders in het buitenland en dus ook in Italië, met een tent en een aanhanger vol met aardappelen en blikken met levensmiddelen. En veel meer dan die ene camping vol Nederlanders zag je ook niet, maar 3 weken lang zwemmen en mooi weer was natuurlijk geweldig. Toen ik er als 17-jarige Amsterdammer de eerste keer alleen op uittrok ging de reis niet naar Italië maar verder, want als je het reizen met de paplepel ingegoten krijgt dan deins je niet zo snel ergens voor terug. En dus propte ik een rugzak vol met dat wat ik nodig dacht te hebben en belandde uiteindelijk na veel omzwervingen via Joegoslavië in Griekenland. Daarna trok ik weer naar het westen en had Spanje en Portugal als doel, maar dan wel via Italië om onderweg een paar dagen uit te rusten.

De trein stopte in augustus 1975 op weg van Belgrado naar Milaan een uurtje in Venetië, en ik heb daar op het perron een broodje en wat te drinken gehaald. Dat was de eerste kans om Venetië te zien maar ik was nog onwetend van mijn Italiaanse inborst, en dus vertrok ik even later en liet Venetië ongezien achter mij. Dat is later helemaal goed gekomen, zowel La Serenissima als ik hadden de tijd.

Mijn reizen brachten mij in de jaren daarna op veel plaatsen in de wereld, maar op één jaar na nooit in Italië en pas veel later in het échte Italië. Mijn meiden waren al geboren en schoolgaand toen wij voor het eerst besloten om Italië als vakantiebestemming te kiezen, en zoals zoveel toeristen trokken wij naar het merengebied in het noorden. Het Lagi di Caldonazzo, Lago Maggiore en Lago di Garda werden de daaropvolgende jaren aangedaan en in 1999 kwamen wij ook voor het eerst in Venetië. En daar kreeg het virus mij een beetje te pakken. Ik liep een beetje verdwaasd door die stad en voelde mij geen toerist meer maar wist ook niet echt wat het was wat ik wel voelde. Het was ook meteen de laatste keer dat ik als toerist naar Italië trok, en ik zag dat land ook niet meer alleen maar als vakantieland.

In 2000 ging de reis naar de omgeving van Rome, bewust naar een gebied waar geen kampeertoeristen komen en waar zelfs bijna geen buitenlanders te vinden waren. Het stadje waar ik bijna instinctief naartoe wilde heette Bracciano, later iets bekender geworden omdat Tom Cruise het nodig vond om er te trouwen. Ik kwam daar aan en ik was thuis, en vanaf dag 1 wist ik ook dat ik daar zou willen wonen als ik Nederland ooit nog eens zou verlaten. Na een paar dagen stapte ik weer eens in de auto om er alleen op uit te trekken, iets wat ik in die tijd wel vaker deed en dan ging er altijd wel een dochter met mij mee, en wij belandden in Rome en ik wist daar gewoon de weg en reed rond alsof ik er thuis hoorde. Het vinden van een parkeerplaats was een peulenschil en ik ben er ook te voet nog nooit verdwaald. Het was gewoon thuiskomen. De jaren daarna ben ik nog heel vaak in Bracciano en Rome geweest, zelfs als ik een jaar niet van plan was om naar Italië te gaan. In 2006 zou ik met mijn meiden naar de VS gaan en begon het na het kopen van de tickets toch te kriebelen, en dus reden wij toen in Mei even heen en weer naar Bracciano.

In de afgelopen jaren heb ik nog veel meer van Italië gezien en geproefd, en het begint iedere keer weer te kriebelen. In december 2007 heb ik mijn toen nog toekomstige echtgenote Rome laten zien, en onze huwelijksreis in juni 2008 ging naar de mooiste stad van Italië: Venetië. Maar dit jaar brengt de vakantie ons in september naar Griekenland, omdat mijn nu niet meer toekomstige echtgenote iets met Griekenland heeft en ik dat ook wil leren kennen. Net als ik houdt zij niet van het massatoerisme maar van het land zelf en wil zij net als ik afwisselend een paar dagen met een boek in een stoel hangen maar ook iets zien van het echte Griekenland.

Maar dan begint het toch weer te kriebelen, ook al omdat wij voor het volgende jaar grote plannen hebben waar geen plaats is voor Italië. Ik hoor weer iets Italiaans op de radio, zie weer iets op tv en dan ga ik onwillekeurig op zoek naar een mogelijkheid om toch ook nog heel even in Italië te komen. Allereerst moet daar dan ruimte voor zijn in de agenda omdat er best wat dingen gaan gebeuren in de komende maanden, en wij willen ook niet in het hoogseizoen of te vlak voor of na onze vakantie naar Griekenland. Maar wij hadden al heel snel besloten dat wij toch nog wel een paar dagen weg wilden en toen stelde ik voor om naar Toscane te gaan. En dus gingen wij op zoek naar goedkope tickets en een leuke Bed & Breakfast, en die vonden wij ook heel snel en dan is het ook heel snel geboekt. En zo komt het dat wij het Pinksterweekend en een paar dagen daarna in Toscane te vinden zijn en Pisa, Firenze, Lucca, Siena en nog wat andere mooie plekjes gaan bezoeken. Ja ik weet het, wij hebben het slecht Uitgestoken tong