Kleine wereld

De wereld is kleiner geworden en wordt nog steeds kleiner, dat geldt in ieder geval voor het beschaafde deel van de wereld waarin wij wonen. Al zal dan weer niet iedereen het eens zijn met onze versie van wat je beschaving zou moeten noemen. In Jeddah is de wereld misschien iets minder klein dan onze wereld en worden, zoals dat hoort in een beschaafde wereld, nog altijd vrouwen onthoofd omdat zij iets hebben gedaan wat het masculine deel van de beschaving niet welgevallig is. Wij laten tenminste, menslievend als wij zijn, koelbloedige moordenaars na het uitzitten van een deel van hun straf met een vriendelijke schouderklop weer los rondlopen. Dé beschaving bestaat dus niet in onze steeds kleiner wordende wereld. “Kleine wereld” verder lezen

De Smartphone – Deel 2

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over mijn smartphone, ik ben overigens inmiddels de eigenaar van een nieuwe iPhone 5, maar mijn eerste ervaring met de smartphone was niet echt positief. Al was het achteraf wel hilarisch.

Het was mei 2009. Wij waren druk bezig met het inpakken van de koffers voor een korte vakantie van een dag of 10 naar Toscane. En op het gebruikelijke afkruislijstje van spullen die wij absoluut niet mochten vergeten stonden natuurlijk ook onze GSM- telefoons plus opladers. Ik had een Nokia 6210 waarmee je in ieder geval kon bellen en sms-en en Josje had een vrouwen-Nokia; roze, klein en makkelijk in de handtas. Die handtas-Nokia vertoonde al een tijdje kuren, vastlopers die alleen waren op te lossen door de sim-kaart eruit te halen. En als je geluk had hoefde je dat niet vaker dan een keer of drie per dag te doen. Gelukkig had haar Rianne, wij noemen onze dochters jouw Rianne en mijn Rianne aangezien wij in het pré-wijtijdperk onze kinderen dezelfde naam hadden gegeven, net een nieuwe telefoon die zij niet wilde gebruiken. Die nieuwe Samsung iets, een raar dun en zwart ding met een groot kleurenscherm was een lastig ding die zij had gekregen bij het verlengen van haar abonnement, wilde zij toch weer kwijt omdat zij er niet mee overweg kon. En dus konden wij hem meekrijgen als reservetoestel en wij namen wij hem mee, ergens in een zijvlakje in de fototas.

In Toscane hadden wij een prachtig Bed & Breakfast in een pand van minstens 300 jaar oud, midden in een nog ouder dorpje. Alles in dat pand was klassiek, behalve de prachtige badkamer, en zelfs de eigenaren waren antiek. En zoals de meeste Italiaanse huizen waren de kamers voorzien van uitgebreide faciliteiten om de zon buiten te houden. Het was er dus na zonsondergang écht donker en dat was, toen wij daar de eerste avond het licht uit deden om te gaan slapen, best wel vreemd maar toch ook wel prettig. Totdat Josje midden in de nacht wakker werd van een vreemd geluid en geen hand voor ogen kon zien.

‘Peet’, fluisterde zij net hard genoeg zodat ik er wakker van werd, ‘Peet, er is iemand in de kamer’. Ik schrok wakker, maar ook niet helemaal wakker om echt helder te zijn. ‘Hoezo?’, vroeg ik nog half slapend. ‘Ik hoorde een raar geluid, en er is volgens mij iemand in onze kamer’, antwoordde zij. Ik deed onmiddellijk mijn ogen open zonder enig verschil te zien, en probeerde nog een paar keer mijn ogen open en dicht te doen en had geen flauw idee waarom ik geen verschil zag en voelde een soort van angstig gevoel langs mijn ruggengraat kruipen.

Ik bedacht na een paar seconden dat het misschien een idee zou zijn om het licht aan te doen en zei dat ook. ‘ Nee, niet doen’, zei Josje met een bijna paniekerige stem en dat sloeg ook op mij en mijn hartslag over. Ik voelde mij weer het jongetje van 6, bang in het donker en zeker wetend dat er iemand onder bed lag die mijn enkels zou pakken als ik uit bed zou stappen. Maar wat moesten wij dan, vroeg ik mij af terwijl ik probeerde te luisteren of ik iemand in onze kamer kon horen ademen. En ik dacht ook iemand te horen, wist het bijna zeker.

Het duurde minstens een minuut voor ik genoeg moed had verzameld om toch mijn hand uit te steken in de richting van het lampje op het nachtkastje. En ik wist zeker dat iets of iemand mijn pols zou grijpen dus trok ik mijn hand ook weer onmiddellijk terug onder de dekens. Weer een minuut later stak ik mijn hand heel snel uit, klikte het lampje aan en trok weer mijn hand heel snel terug in de dekens en keek gejaagd rond. Josje keek misschien nog iets gejaagder rond of had de dekens over haar hoofd getrokken, dat weet ik niet meer zo precies. Niets……..er was niets of niemand in de kamer. Maar de badkamer konden wij niet zien, en ook niet of er iemand onder bed lag.

Uiteindelijk stapte ik uit bed, of misschien sprong ik wel om te voorkomen dat ik bij mijn enkels werd gepakt, en ging op zoek. Om niets te vinden, uiteraard, zelfs niet in alle kastjes en laden. Uiteindelijk zijn wij weer in slaap gevallen, al weten wij nu nog steeds niet hoe dat is gelukt. En de volgende ochtend vond ik al vrij snel de boosdoener.

Toen ik wakker werd ging mij ineens een lichtje branden. Er was maar één ding in de kamer wat niet van ons was, ergens in de fototas. Ik opende de fototas en haalde de Samsung iets eruit die op dat moment net een raar geluid lied horen, en Josje herkende het geluid onmiddellijk. Het was het geluid wat haar wakker had gemaakt. De batterij van de smartphone was leeg en het apparaat maakte een voor haar onbekend geluid. Maar ik had geen idee dat het ding aan stond, want hij was helemaal donker, en had nog minder ideeën over de werking en of er niet nog meer leuke dingen zouden gebeuren. En dus sloopte ik de achterkant eraf en haalde de accu eruit, om smartphone en accu vervolgens in twee verschillende vakjes op te bergen. Je wilde toch niet dat ergens in de loop van de nacht, op de één of andere onverklaarbare wijze, de accu weer vanzelf (of door iemand in de kamer) in de smartphone terecht zou komen?

Gelukkig kunnen wij er tegenwoordig nog steeds om lachen, steeds harder, nu wij tenminste weten hoe een smartphone werkt.

Verbazing

Vandaag stond er na de middagpauze een klein doosje met een symbool van een gedeeltelijk opgegeten stukje fruit op mijn bureau, en dat wekte bij een aantal van mijn collega’s enigszins verbaasde reacties op. En dat was natuurlijk wel een beetje te verwachten want men is er aan gewend dat ik het bij dat symbool behorende merk nooit bij zijn naam noem, maar het dan normaal gesproken heb over ‘Gedoe’. Maar ik heb mijn trots opzij moeten zetten en een doosje gedoe aangeschaft.

Ik heb daar een goede en zeer rationele reden voor, vind ik zelf. Josje en ik lopen hard en nu de afstanden en dus ook de duur wat langer worden is het prettig om onderweg naar muziek te kunnen luisteren. Dat werkt natuurlijk prima met de smartphones van deze wereld, want het is toch al nuttig om een telefoon bij je te hebben als je ergens in de Middle Of Nowhere. loopt, en er liggen ook nog mp3-spelers in een la. Maar het probleem, voor mij in ieder geval, is het in mijn oren houden van de oortelefoontjes. Josje had na haar iPad inmiddels ook een iPod aangeschaft en had nergens last van, maar ik probeerde de ene oortelefoon na de andere en liep tijdens het hardlopen om de 100 meter met afwisselend een hand aan het linker- dan wel het rechteroor. Voorbijgangers zouden al eens kunnen denken dat ik een geheel nieuwe looptechniek had ontwikkeld waarbij je efficiënter liep, of sneller, door iedere keer aan je oor te trekken.

Ik was het een paar dagen geleden zat toen ook de smartphone een geheel eigen leven ging leiden en spontaan besloot om er voortaan na een minuut mee te stoppen en in de pauzestand te gaan, en de boel verdween al lopend in de jaszak. Ik besloot de smartphone niet meer te gebruiken maar de volgende keer mijn mp3-speler uit de la te halen en ook weer op zoek te gaan naar een andere oortelefoon. Maar goede oortelefoontjes zijn duur en op mijn geheel eigen en rationele wijze besloot ik dat het kleinste iPodje goedkoper was, en standaard voorzien van een oortelefoon die blijft zitten, en dus stond er vandaag een klein doosje op mijn bureau en moest ik even door de zure Apple heen bijten. Ik heb het overleefd.