• Leven,  Vooruitgang

    Deuken en Krassen

    Mijn hoofd is een raar ding, ook al is mijn hoofd niet uniek. Want iedereen heeft waarschijnlijk in zijn of haar hoofd de nodige eigenaardigheden. Maar ik heb veel minder last van de hoofden van al die anderen dan van mijn eigen hoofd. En dus denk ik dat mijn hoofd veel raarder is dan dat van een ander, en dus misschien dus toch wel een beetje uniek.

    Dat mijn hoofd allerlei rare kronkels heeft weet ik al heel lang. En daar werd ik ook al mee geconfronteerd toen ik redelijk jong was. Ik dacht als kind al teveel na en dat werd ook door mijn directe omgeving als vreemd en lastig bestempeld. En omdat ik teveel nadacht stelde ik ook teveel moeilijke vragen en dat werd niet altijd op prijs gesteld. Tegelijkertijd zorgde dat teveel nadenken en de conflicten die dat opleverde er ook voor dat ik het lastig kon opbrengen om te gehoorzamen, om iets wel of juist niet te doen omdat het gewoon zo hoorde. Mijn hoofd produceerde nu eenmaal veel vraagtekens en als daar niet de juiste antwoorden op kwamen zocht ik het juiste antwoord zelf wel. Of ik bedacht het juiste antwoord zelf wel.

    En dus was ik in het gezin waarin ik opgroeide een beetje het ‘zwarte schaap’. Ik was anders. Gedwee en volgzaam waren twee woorden die niet in mijn woordenboek voorkwamen. Maar tegelijkertijd was ik ook weer niet zo recalcitrant dat ik de conflicten opzocht. Ik zocht gewoon een beetje mijn eigen weg, laverend tussen de verschillende obstakels door en daardoor onbewust al vroeg lerend hoe ik ervoor kon zorgen dat mijn hoofd niet te vaak op een onzachte manier in aanraking kwam met een grote vaderlijke hand. Ik leerde stil en onopvallend opstandig te zijn en vooral mijn eigen weg te kiezen en geen meeloper te worden.

    Was dat de gemakkelijkste weg? Ik heb geen idee en het zal ongetwijfeld geen bewuste keuze zijn geweest, maar een instinctieve keuze voor een bepaalde weg. Iets waar ik ook in mijn latere leven goed in moest leren te zijn, het volgen van mijn gevoel in plaats van mijn verstand. Want mijn verstand zat ergens in dat deel waar allerlei kronkels zaten en kon daardoor de weg nog wel eens kwijtraken, of de verkeerde afslag kiezen. Die weg had in ieder geval de nodige pieken en dalen, en sommige daarvan werden pas zichtbaar nadat ik ze gepasseerd was. Met de nodige deuken als bewijs dat ik ook wel eens van de weg was geraakt.

    Sommige van die deuken zitten op plekken die niet direct zichtbaar zijn, onder een laagje zelfbeschermend materiaal of ergens aan de binnenkant van dat rare op mijn nek balancerend lichaamsdeel. En dat laagje heb ik er waarschijnlijk met mijn volle verstand, en niet mijn gevoel, op aangebracht omdat het op dat moment het verstandigste leek te zijn. En omdat mijn verstand op dat moment mijn gevoel even naar buiten stuurde om iets anders te gaan doen, net als toen ik jong was en leerde laveren in de hoop dat er later een goed antwoord zou komen. Of misschien wel in de hoop dat het deukvormend obstakel vanzelf uit de weg zou gaan of zou slijten.

    Ik weet inmiddels dat het zo niet werkt en dat ik mijn kronkels over het algemeen gewoon hun gang moet laten gaan, maar er vooral niet teveel naar moet luisteren als mijn gevoel ook iets wil zeggen. Die kronkels hebben nu eenmaal in een heel andere tijd geleerd wat zij weten, en dat was toen misschien de verstandigste manier om te zorgen dat ik groot en sterk werd. En dat er daardoor nu af en toe een flinke deuk zichtbaar en voelbaar wordt is dan het logische, en niet altijd even leuke, gevolg. Maar iedere ontdekte deuk kan dan worden gerepareerd, en een paar van die deukjes zullen misschien altijd wel blijven zitten. Maar zolang je weet dat zij er zijn is dat niet erg.

    Ik denk dat ik de meeste deuken en krassen inmiddels wel ken, of weet te vinden. En als dat niet het geval is dan is dat maar zo. Het zijn de littekens van eerdere wonden en daardoor niet meer te voorkomen, en dus zorgen zij hooguit voor een beetje napijn. En hooguit voor iets meer napijn als de plek van het litteken toevallig en onopzettelijk geraakt wordt. Gelukkig ben ik goed in repareren en hoef ik dat niet alleen te doen. Net zoals ik niet de enige ben die er ook om kan lachen.