Nog geen idee

Saluzzo

Soms begin je een blog te schrijven zonder dat je weet waar het over gaat, en dan komt er al schrijvend vanzelf iets op het digitale papier. Maar afhankelijk van het uitzicht komt er ook wel eens een suggestie, al dan niet serieus bedoeld, voor een mooi onderwerp om over te schrijven. Maar niet alle suggesties kunnen zomaar worden opgevolgd, dat is tenminste hoe ik er over denk als mijn hoofd het nog doet, om de eenvoudige reden dat sprakeloosheid zo moeilijk vertaald kan worden in woorden die uit mijn vingers komen. En terwijl ik dit schrijf, in de tuin genietend van het on-Hollandse zomerweer en een bordje vers fruit, ben ik in mijn hoofd ineens onderweg naar Italië. En heb ik heimwee zonder er last van te hebben.

“Nog geen idee” verder lezen

De Auto

Ik heb héél lang geleden mijn roze papiertje gekregen, en volgens mij was het geen papier maar linnen, en toen kreeg ik niet lang daarna mijn eerste auto. Iemand in mijn familie had een schoonvader die een andere auto kocht en ik mocht zijn oude, behoorlijk rammelende voiture wel hebben. Het was een matgrijze Simca 1100 uit het stenen tijdperk waar de bestuurdersstoel los in stond, en dat was niet het enige wat los zat. Maar als je de sleutel omdraaide kwam het vehikel hoestend en proestend tot leven en van een APK-keuring had nog niemand gehoord, en dus was onderhoud ook niet nodig. Erg lang heeft die auto niet geleefd want ik verloor tijdens het rijden regelmatig onderdelen, en na een aanhouding op de Amsterdamse Overtoom vond een agent dat het niet zo zinvol was dat ik een veiligheidsriem om had terwijl de stoel niet vast zat. “De Auto” verder lezen

Kamperen

Eriba Touring

Ik kan mij niet anders herinneren dan dat ik met mijn ouders iedere zomer ging kamperen. De eerste kampeervakantie die mij nog helder voor de geest staat moet in 1963 of 1964 zijn geweest, en ik weet niet meer wat het uiteindelijke reisdoel was, maar wel dat wij met autopech zijn gestrand in België. Een gebroken cardanas zorgde ervoor dat mijn vader een deel van de vakantie op zijn rug onder de auto doorbracht en dat de rest van het gezin een leuke tijd had op een camping in de buurt van de grotten van Han en de watervallen van Coo. “Kamperen” verder lezen

Vakantie

In de vakantie komt over het algemeen mijn hoofd tot rust, krijg ik ingevingen die niet altijd meteen even helder zijn maar die er meestal wel toe doen. En niet alleen om die reden is de vakantie voor mij een belangrijke periode in het jaar. De rust is gewoon nodig om de innerlijke thermostaat goed werkend te houden en de ingevingen krijg ik niet voor niets. En voor die vakantie heb ik heel vaak een bestemming in Italië gezocht en ook gevonden. In dat land ben ik thuis, misschien zelfs wel meer thuis dan in mijn eigen land, en dat voelde al zo toen ik daar in 1969 voor de eerste keer kwam. “Vakantie” verder lezen

Het is winter

winter,florida,strand

Volgens mij is het al winter, zo voelt het tenminste. Maar mijn interne kalender is dan ook een beetje van slag, en dat komt waarschijnlijk omdat wij dit jaar nogal wat later dan gebruikelijk op vakantie zijn geweest. En dan ook nog eens naar een plek waar het ernstig warm en zomers was.

Net als zoveel van mijn leeftijdgenoten, in ieder geval mijn vakantie vierende leeftijdgenoten, ben ik nogal wat jaren noodgedwongen in de maanden juli en augustus op vakantie geweest. Schoolgaande kinderen hebben nu eenmaal alleen in die periode een vakantie die lang genoeg is om ook echt op vakantie te kunnen gaan. In mijn geval hoefde ik mij ook nog eens geen zorgen te maken over het weer want de vaste bestemming was ieder jaar gewoon Italië.  “Het is winter” verder lezen

Vakantie

Het is vakantie, voor ons tenminste. En vakantie was in het verleden altijd een heel gedoe want er moest ieder jaar een andere bestemming worden bedacht. Ik kon mij niet voorstellen dat een vakantie leuk kon zijn als ik ergens naartoe ging waar ik al was geweest. En dan ging het niet om het land maar om de exacte plek in dat land, en dat land was dan gewoon Italië. “Vakantie” verder lezen

De Smartphone – Deel 2

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over mijn smartphone, ik ben overigens inmiddels de eigenaar van een nieuwe iPhone 5, maar mijn eerste ervaring met de smartphone was niet echt positief. Al was het achteraf wel hilarisch.

Het was mei 2009. Wij waren druk bezig met het inpakken van de koffers voor een korte vakantie van een dag of 10 naar Toscane. En op het gebruikelijke afkruislijstje van spullen die wij absoluut niet mochten vergeten stonden natuurlijk ook onze GSM- telefoons plus opladers. Ik had een Nokia 6210 waarmee je in ieder geval kon bellen en sms-en en Josje had een vrouwen-Nokia; roze, klein en makkelijk in de handtas. Die handtas-Nokia vertoonde al een tijdje kuren, vastlopers die alleen waren op te lossen door de sim-kaart eruit te halen. En als je geluk had hoefde je dat niet vaker dan een keer of drie per dag te doen. Gelukkig had haar Rianne, wij noemen onze dochters jouw Rianne en mijn Rianne aangezien wij in het pré-wijtijdperk onze kinderen dezelfde naam hadden gegeven, net een nieuwe telefoon die zij niet wilde gebruiken. Die nieuwe Samsung iets, een raar dun en zwart ding met een groot kleurenscherm was een lastig ding die zij had gekregen bij het verlengen van haar abonnement, wilde zij toch weer kwijt omdat zij er niet mee overweg kon. En dus konden wij hem meekrijgen als reservetoestel en wij namen wij hem mee, ergens in een zijvlakje in de fototas.

In Toscane hadden wij een prachtig Bed & Breakfast in een pand van minstens 300 jaar oud, midden in een nog ouder dorpje. Alles in dat pand was klassiek, behalve de prachtige badkamer, en zelfs de eigenaren waren antiek. En zoals de meeste Italiaanse huizen waren de kamers voorzien van uitgebreide faciliteiten om de zon buiten te houden. Het was er dus na zonsondergang écht donker en dat was, toen wij daar de eerste avond het licht uit deden om te gaan slapen, best wel vreemd maar toch ook wel prettig. Totdat Josje midden in de nacht wakker werd van een vreemd geluid en geen hand voor ogen kon zien.

‘Peet’, fluisterde zij net hard genoeg zodat ik er wakker van werd, ‘Peet, er is iemand in de kamer’. Ik schrok wakker, maar ook niet helemaal wakker om echt helder te zijn. ‘Hoezo?’, vroeg ik nog half slapend. ‘Ik hoorde een raar geluid, en er is volgens mij iemand in onze kamer’, antwoordde zij. Ik deed onmiddellijk mijn ogen open zonder enig verschil te zien, en probeerde nog een paar keer mijn ogen open en dicht te doen en had geen flauw idee waarom ik geen verschil zag en voelde een soort van angstig gevoel langs mijn ruggengraat kruipen.

Ik bedacht na een paar seconden dat het misschien een idee zou zijn om het licht aan te doen en zei dat ook. ‘ Nee, niet doen’, zei Josje met een bijna paniekerige stem en dat sloeg ook op mij en mijn hartslag over. Ik voelde mij weer het jongetje van 6, bang in het donker en zeker wetend dat er iemand onder bed lag die mijn enkels zou pakken als ik uit bed zou stappen. Maar wat moesten wij dan, vroeg ik mij af terwijl ik probeerde te luisteren of ik iemand in onze kamer kon horen ademen. En ik dacht ook iemand te horen, wist het bijna zeker.

Het duurde minstens een minuut voor ik genoeg moed had verzameld om toch mijn hand uit te steken in de richting van het lampje op het nachtkastje. En ik wist zeker dat iets of iemand mijn pols zou grijpen dus trok ik mijn hand ook weer onmiddellijk terug onder de dekens. Weer een minuut later stak ik mijn hand heel snel uit, klikte het lampje aan en trok weer mijn hand heel snel terug in de dekens en keek gejaagd rond. Josje keek misschien nog iets gejaagder rond of had de dekens over haar hoofd getrokken, dat weet ik niet meer zo precies. Niets……..er was niets of niemand in de kamer. Maar de badkamer konden wij niet zien, en ook niet of er iemand onder bed lag.

Uiteindelijk stapte ik uit bed, of misschien sprong ik wel om te voorkomen dat ik bij mijn enkels werd gepakt, en ging op zoek. Om niets te vinden, uiteraard, zelfs niet in alle kastjes en laden. Uiteindelijk zijn wij weer in slaap gevallen, al weten wij nu nog steeds niet hoe dat is gelukt. En de volgende ochtend vond ik al vrij snel de boosdoener.

Toen ik wakker werd ging mij ineens een lichtje branden. Er was maar één ding in de kamer wat niet van ons was, ergens in de fototas. Ik opende de fototas en haalde de Samsung iets eruit die op dat moment net een raar geluid lied horen, en Josje herkende het geluid onmiddellijk. Het was het geluid wat haar wakker had gemaakt. De batterij van de smartphone was leeg en het apparaat maakte een voor haar onbekend geluid. Maar ik had geen idee dat het ding aan stond, want hij was helemaal donker, en had nog minder ideeën over de werking en of er niet nog meer leuke dingen zouden gebeuren. En dus sloopte ik de achterkant eraf en haalde de accu eruit, om smartphone en accu vervolgens in twee verschillende vakjes op te bergen. Je wilde toch niet dat ergens in de loop van de nacht, op de één of andere onverklaarbare wijze, de accu weer vanzelf (of door iemand in de kamer) in de smartphone terecht zou komen?

Gelukkig kunnen wij er tegenwoordig nog steeds om lachen, steeds harder, nu wij tenminste weten hoe een smartphone werkt.