Heimwee

Op 15 maart 2009 schreef ik hier iets over heimwee, verschillende soorten heimwee. Inmiddels zijn wij meer dan 6 jaar verder en het is vreemd te merken dat die heimwee heel langzaam sterker blijft worden. Alsof er een grote elektromagneet ergens op de Dam in Amsterdam staat waarvan iemand heel stiekem iedere keer dat knopje een stukje verder naar rechts draait. De sukkel.

“Heimwee” verder lezen

Amsterdam

Wij zijn weer een weekend naar Amsterdam geweest. Gewoon leuke dingen gedaan en dat houdt voor mij niet meer in dan een beetje hier en daar naartoe en net doen alsof ik, alsof wij er thuis zijn. En ik ben er nog altijd niet uit of het helpt om heimwee te bestrijden of dat het de heimwee juist voedt, dus de waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

Ik moet gewoon af en toe door mijn stad dwalen, alleen maar rondkijken, herinneringen voelen en proeven, herinneringen herontdekken. En Josje dwaalt met mij mee, leert daardoor nog meer kanten van mij kennen, neemt Amsterdam in zich op en wordt door Amsterdam opgenomen.

Ons hotel stond vlakbij Nieuw-Sloten en daar fietste ik in mijn jonge jaren doorheen op ChristoffelPlantijn1weg naar de verschillende sportparken, toen daar nog geen nieuwbouwwijk stond maar niets dan kassen van tuinbouwbedrijven. En het is dan ook leuk om het oude fietspad terug te vinden wat nu dwars door een aangelegd park loopt, niet meer zo recht als vroeger en misschien ook niet op exact dezelfde plek maar het bestaat nog wel. De tram via de Heemstedestraat, Hoofddorpplein, Zeilstraat en Koninginneweg stopte bij de Emmastraat en toen wilde ik eruit, het Vondelpark in.

Ik ben vlakbij het Vondelpark geboren. Het is de plek waar je als kind de eendjes brood geeft en in het gras kan spelen. En als ik er nu in de buurt ben dan moet ik er even doorheen lopen, langs het Blauwe Theehuis waar je het hele jaar buiten kunt zitten met een kop koffie en iets lekkers, zelfs als dat in de rest van het land niet kan. En als wij er nu samen doorheen lopen dan bekijken wij de huizen vast die op het Vondelpark uitkijken, voor later want je weet nooit…..

Ergens tussen het Vondelpark en de Weteringschans is het dan tijd voor koffie en thee op het Max Euweplein bij Café Max, waar op een gegeven ogenblik iemand binnen komt lopen die iets kwijt moet. ‘Ik word papa’, roept hij enthousiast door de zaak. De man aan de andere kant van de toonbank antwoord droog: ‘Dat is mooi, maar wil je ook nog iets bestellen’. Maar de stuiterende aspirant-pappa is nog niet aan koffie toe, wil alleen maar praten. En terwijl Josje hem feliciteert kan ik het niet laten om hem te vragen: ‘Sinds wanneer? Sinds gisterenavond?’ Bijna-papa is zo vol van het gebeuren dat hij de mop niet herkent en gewoon antwoord geeft: ‘Nee, sinds vanochtend….dat blauwe plusje net. Maar wij hangen het nog niet aan de grote klok hoor’. En mijn heimwee krijgt honger……

Wij lopen verder, slenteren over de grachten en door de 9 straatjes en kletsen over van alles, maar waarschijnlijk klets ik het meest over mijn oude voetstappen terwijl ik ze probeer terug te vinden en komen op de Singel bij een opticien terecht waar Josje haar kerstcadeau vindt. En terwijl zij bijna ongemerkt van opticien verandert zit ik op een krukje over de Singel naar de langslopers en -fietsers te kijken, en vraag mij af wat een huis op de Singel zou kosten. Honger is een knagend gevoel.

Na de lunch in ‘Die Port van Cleve’ en nog meer geslenter en Sinterklaasinkopen loopt de Kalverstraat vol. Een door een verbouwing veroorzaakte versmalling zorgt voor een opstopping van Koninginnedagformaat en een volgende confrontatie. Terwijl wij staan te wachten tot er weer beweging in de meute komt merk ik dat de persoon naast mij met een nogal vreemde blik in zijn ogen mij staat aan te staren. En dus kijk ik terug, niet langer dan een minuut of zo. Hij ziet er niet uit alsof hij alles echt op een rijtje heeft en dat maakt het leuk, en dus stel ik na die minuut de simpele vraag: ‘Eh, Ja?’. Dat heeft tot gevolg dat Josje denkt dat wij elkaar zullen aanvliegen omdat hij nogal agressief reageert. Ik blijf rustig en geef gewoon rare antwoorden, maar doe wel mijn best om niet al te rare antwoorden te geven. Je weet maar nooit en ik ben niet alleen. Hij laat ons gaan, en dat is maar goed ook want ik heb nog steeds trek. Daar is gedeeltelijk iets aan te doen met een ijsje van Van de Linden op de Nieuwendijk.

Wij besluiten naar de bioscoop te gaan en aangezien de film ‘Mannenharten’ in Amsterdam speelt heb ik geen bezwaar. Ik rijd op de fiets met de als eland verkleedde hoofdrolspeler mee door de stad, zie alleen de beelden en volg het verhaal niet echt, wil ook een glazen huisje op het dak van een grachtenpand met uitzicht op de Westertoren en krijg echt honger. Maar nu ook in eten. En wij eten Italiaans op het Thorbeckeplein in een restaurant waar tenminste ook Italianen werken waarmee je tenminste Italiaans kunt praten. In Amsterdam, zoals het hoort. Mijn Italiaans levert ons in ieder geval een extra grote portie Tiramisu op, dus het is toch nog ergens goed voor.

En na het eten slenteren wij weer over de grachten kijken bij de in de grachtenpanden wonende mensen naar binnen. Af en toe blijf ik staan, wil even niet verder lopen of misschien nog even een stukje terug, kruizen de Vijzelstraat en komen weer in de Leidsestraat waar de tram komt die ons terugbrengt naar ons hotel in Nieuw-Sloten. Bij het Christoffel Plantijnpad waar ik bijna 50 jaar geleden, fietsend met wind tegen en mijn voetbaltas achterop nog niet wist wat honger was. Leuk dat ik er nog steeds zou kunnen fietsen, als ik van fietsen hield. Mijn honger is weer gestild.

Amsterdam

Ik ben al heel lang weg uit de stad waar ik ben geboren, maar tegelijkertijd ben ik er waarschijnlijk nooit helemaal weg geweest.

Ik ben geboren in de Amsterdamse Kinkerbuurt. Misschien niet voor iedereen even bekend maar het Vondelpark ligt op loopafstand, aan de andere kant van de Overtoom. En in die tijd bestond er geen Amsterdam meer als je de Overtoom afliep en aan het einde rechtsaf sloeg richting het Surinameplein. De Westelijke Tuinsteden moesten nog gebouwd worden en de gemiddelde Amsterdammer woonde in wat men nu de oude Volksbuurten noemt. Ergens in de loop van mijn jeugd verhuisden wij naar een nieuwbouwwijk en woonde ik plotseling tegenover een weiland met koeien, en daar houdt Amsterdam tegenwoordig nog steeds op.

Toen ik oud genoeg was om het nest te verlaten was de huisvesting in Amsterdam een beetje lastig, en het was inmiddels ook het beleid van de gemeente dat Amsterdam eigenlijk te groot en te vol werd en dat er voor huisvesting een beroep werd gedaan op omliggende plaatsen als Purmerend en Hoorn, en ook werden toen Lelystad en Almere uit de grond gestampt. En als je wilde gaan samenwonen of trouwen en je had geen jaren geduld dan moest je wel de stad uit, en eerlijk gezegd stond ik daar verder ook niet echt bij stil. En zo kwam ik in Almere terecht.

Mijn ouders woonden en wonen nog altijd in Amsterdam en dus kwam ik nog regelmatig terug in mijn stad, maar toen ik eenmaal zelf kinderen had kwam het er niet meer echt van om ook voor mijn plezier de stad in te gaan. Met kinderen doe je nu eenmaal andere dingen, en zo werd de band tussen mij en mijn stad met de jaren steeds losser.

Maar bijna 25 jaar nadat ik Amsterdam de rug had toegekeerd zorgde een scheiding ervoor dat die band weer langzaam maar zeker werd aangehaald. De kinderen waren inmiddels groot en zochten hun eigen weg en vrijetijdsbesteding, zij woonden ook nog een deel van de tijd bij hun moeder en ik had lang niet altijd zin om alleen thuis te zitten. En een dagje in Almere rondwandelen is misschien leuk voor bejaarden die op zoek zijn naar rust, het was niets voor mij en dus liep ik met enige regelmaat weer in mijn stad rond. En begon mijn stad ook opnieuw te leren kennen en met andere ogen te zien, en ik merkte dat ik mij daar ook meer thuis voelde dan in mijn woonplaats.

Dat laatste is natuurlijk helemaal niet zo gek want Almere is niet echt een warm nest waar iemand zich zo snel thuis gaat voelen. Het is allemaal nieuw, modern, misschien daardoor een beetje kil, en het heeft nog altijd geen kloppend hart. En dan is het ook niet zo snel een thuis. Maar met Amsterdam in de buurt kon ik het daar nog best een tijdje uithouden.

Inmiddels heb ik een nieuw thuis gevonden. Dat is geen nieuw thuis omdat de plaats zo heel anders is dan Almere, in ieder geval niet in de nieuwbouwwijk waar ik nu woon, maar het is een nieuw thuis omdat Josje dat mijn thuis maakt. En dus voel ik mij hier thuis, ik rijd iedere dag naar huis en ik kom iedere dag met veel plezier thuis. Maar er wordt aan mij getrokken.

Dat er aan mij getrokken wordt merkte ik vorig jaar voor het eerst. Josje komt graag in Amsterdam en uiteraard ook omdat ik als Amsterdammer goed de weg weet te vinden en heel veel plekjes heb waar ik herinneringen over kan ophalen. En af en toe gaan wij dan ook naar de stad om te winkelen of wat anders te doen, en wij zijn er zelfs wel een op een avond naartoe gereden om er naar de bioscoop te gaan terwijl dezelfde film ook in onze woonplaats te zien was. En vorig jaar had ik een weekje vakantie en heb ik haar meegenomen naar de Kinkerbuurt, de wijk waar ik ben geboren en waar ik zelf ook al heel lang niet was geweest. Ik heb haar meegenomen naar mijn oude kleuterschool, de lagere school, de Ten Katemarkt, het Bellamyplein waar ik als kind in het pierebadje speelde, en alles was er nog. En in die week zijn wij nog een paar keer in Amsterdam geweest en ik voelde dat er aan mij getrokken werd. Ik kreeg er bijna spijt van dat ik ruim dertig jaar geleden mijn spullen had gepakt en ergens anders ben gaan wonen. En ik wist dat ik er na die week even een tijdje niet moest komen om dat gevoel weer kwijt te raken.

En hetzelfde gebeurde een paar weken geleden. Josje en ik hadden in het weekend van Koninginnedag een hotelkamer gereserveerd op de Plantage Middenlaan om er weer eens een weekendje uit te zijn, en wij zijn eerst gaan hardlopen in de omgeving van hotel. Via de Valckenierstraat naar de Wibautstraat, de Spinozastraat en vervolgens via de Oosterparkstraat en de Linnaeusstraat weer terug naar de Plantage Middenlaan. En daarna zijn wij de stad in gegaan om een hapje te eten op het Damrak. En ik was thuis. Niet meer of minder dan thuis, maar anders thuis. En nadat wij de volgende dag weer de hele dag door de stad hadden geslenterd had ik weer hetzelfde gevoel als een jaar eerder, misschien wel een beetje heimwee.

Maar ik woon gelukkig met heel veel plezier waar ik woon, thuis. En er staat een auto voor de deur om af en toe naar ons andere thuis te gaan. Maar al dromende over ‘wat als’ weten wij ook dat de hoofdprijs van de Staatsloterij aan de aanschaf van een tweede thuis zou worden besteed, een tweede thuis voor de weekenden.

Heimwee

Als kind had ik last van heimwee. Ik ging ooit eens uit logeren bij een neef in het verre Dreumel, een gehucht ergens in de buurt van Zaltbommel, en na een paar dagen moesten mijn ouders mij alweer komen halen omdat ik in mijn bed lag te huilen omdat ik naar huis wilde. Ik denk dat ik toen een jaar of 10 was en het was meteen de laatste keer dat ik zo ver van huis ging. Pas toen ik 17 was heb ik de stoute schoenen weer eens aangetrokken en ben met een rugzak met spullen op de trein gestapt om pas 2 maanden later weer terug te komen. En het is dat mijn geld op was en ik het wel weer eens tijd vond om iets van mij te laten horen want ik had ook rustig voorgoed weg kunnen blijven, want het zonder vooraf bepaalde bestemming door Europa trekken beviel mij prima.

De eerstvolgende keer dat ik met heimwee werd geconfronteerd was in de zomer van 2003 toen Sandra, net 15 jaar oud, alleen op het vliegtuig naar de USA stapte om daar een maand met mijn nicht en haar gezin door het land te gaan toeren. Ik hield mij groot toen zij alleen door de douane stapte en zich nog 1 keer omdraaide om te zwaaien, maar het scheelde weinig of ik was achter haar aan gerend om met haar mee te gaan. Die maand heb ik vrijwel niet geslapen en al helemaal niet nadat ik haar die avond huilend aan de telefoon kreeg, huilend omdat zij toen al heimwee had. En zij is toen een maand lang vrijwel niet in de buurt van een telefoon geweest, op 1 keer na en ook toen had ik haar weer huilend aan de telefoon. De derde en laatste keer dat zij belde huilde zij niet, maar dat was dan ook de avond voordat zij naar huis zou vliegen. Heimwee is vreselijk!

Gisteren zijn wij een dagje naar Amsterdam geweest, mijn geboorteplaats. Ik ben daar al redelijk lang weg, ongeveer 30 jaar, en ik zou er absoluut niet meer willen wonen ook al weet ik niet precies waarom niet. Maar iedere keer als ik er rondloop overvalt mij een bepaald gevoel van heimwee. Het is en blijft gewoon mijn stad en als ik er een paar maanden niet ben geweest dan moet ik gewoon weer even over het Damrak en de grachten slenteren, met een soort van weemoedig gevoel waar ik dan echt van kan genieten. En als wij dan ook nog na zonsondergang met een rondvaartboot door de grachten varen dan voel ik mij geen toerist in mijn eigen stad, maar zie ik alles met mijn ogen….zie de plekken die ik al zo vaak heb gezien en waar ik heel veel voetstappen heb liggen.

Mochten wij binnenkort de Staatsloterij winnen dan weten wij nu al dat wij een appartement aan één van de grachten zouden willen kopen, niet om er te gaan wonen maar domweg om er een eigen plekje te hebben. Een eigen plekje naast ‘Ons Plekje’, waar wij wonen en waar wij nooit meer weg willen….tenminste niet langer dan een paar dagen.