Een jaar geleden

Vandaag precies een jaar geleden meldde ik mij bij de huisarts om even een gek plekje uit mijn been te laten snijden. En natuurlijk was het niet meer dan een gek plekje want waarom zou het meer zijn dan een gek plekje? Maar gek genoeg was het wel meer dan een gek plekje en bleek ik één van de bijna 6.800 gelukkigen te zijn die in ons land in 2017 een melanoom hebben gevonden. Eerlijk gezegd had ik veel liever iets mooiers gevonden, maar mooie dingen worden meestal niet gevonden maar komen gewoon onverwacht op je pad.


Nadat het gekke plekje was weggesneden volgde er nog een operatie zodat ik tenminste op een goed zichtbare plek dagelijks wordt herinnerd aan het feit dat ik goed voor mijzelf moet zorgen, en moet laten zorgen. En inmiddels ben ik zelfs wel een beetje blij dat ik op deze manier een wake up call heb gekregen en dat het er voor heeft gezorgd dat ik mijzelf weer sneller dan verwacht goed in mijn vel kon krijgen en met een frisse blik vooruit kon kijken. En nu is het een jaar later en vraag ik mij zelfs af en toe af waar ik nu zou zijn geweest, en wie ik zou zijn geweest, als ik niet met een flinke klap wakker zou zijn geschud.

Als er één ding is wat ik heb geleerd dan is het dat je niet alleen maar achterom moet kijken naar alle vervelende dingen die je mee hebt gemaakt, en dat je vooral niet vooruit moet kijken met de verwachting van alle vervelende dingen die er nog kunnen gebeuren. En tegelijkertijd moet je al die dingen vooral ook niet vergeten om je er van bewust te zijn, en te blijven, dat je zoveel mogelijk moet genieten en moet leven omdat dat is waar het om gaat. Het gaat nu eenmaal veel te snel voorbij om niet te genieten.

Inmiddels zit het melanoom niet meer op mijn kuit én niet meer dagelijks in mijn hoofd, en voel ik ook mijn lymfeklieren niet meer tussen mijn oren in mijn lichaam branden. Kon ik een jaar geleden de vervelende en bedreigende cellen bijna door mijn aderen voelen stromen, inmiddels stroomt er alleen maar goed spul door mijn lijf. Natuurlijk niet iedere dag, want het periodieke onderzoek in het Antoni van Leeuwenhoek zorgt er dan toch weer voor dat zij even uit hun schuilplaats komen. Maar de rest van de tijd is het gewoon goed, en misschien zelfs beter dan het was. En ook de zon is geen duistere en te vermijden vijand meer, wat hij tussen mijn oren wel een tijdje is geweest.

In de eerste, koude maanden van dit jaar hebben er in mijn hoofd de nodige afsluitende werkzaamheden plaatsgevonden. Er waren nog wat donkere plekjes waar de zon nog niet scheen, of nog niet kon schijnen. Het waren er maar een paar, maar die paar waren misschien toch een beetje hardnekkiger dan ik had verwacht. En daar had ik wat tijd en ruimte voor nodig, tijd en ruimte die ik heb genomen en gekregen zonder erom te hoeven vragen. En dat was af en toe toch nog hard werken en dus ben ik nu, misschien meer dan ooit tevoren, aan vakantie toe. En aan een plekje onder de Italiaanse zon toe. En dus zijn wij nu op weg naar Toscane, waar de zon in dit jaargetijde op zijn mooist schijnt. En daar, in het sfeervolle Firenze met zijn musea, cultuur en heerlijk eten en drinken, sluit ik precies een jaar na wat een valse start leek het eerste jaar van de rest van mijn leven af. Een jaar waarin ik nog meer heb geleerd wat leven is en hoort te zijn.

Vallen en Opstaan

Ik heb mijzelf opgeraapt en ben dagelijks nog druk bezig met het opkrabbelen. En dat gaat met vallen en opstaan. En het vervelende is dat ik niet zo af en toe ben gevallen maar dat er ook nog eens een vervelend ettertje in de vorm van een melanoom de kop om de hoek stak om mij tegen de grond te meppen. Of misschien niet eens tegen de grond maar de afgrond in. En zoals gewoonlijk leer je daar weer van, en ik heb nu in ieder geval geleerd dat het helemaal geen kwaad kan om geen typische man te zijn. Ook al dacht ik geen typische man te zijn, niet helemaal in ieder geval. “Vallen en Opstaan” verder lezen

Anders

Ik heb al heel lang geen stukje meer op mijn weblog geschreven. Geen tijd, geen zin, geen aanleiding, te druk met leuke dingen doen. Vooral dat laatste, want Jos en ik waren vooral altijd heel druk met leuke dingen doen zonder dat wij dat zelf in de gaten hadden. En zelf vonden wij dat wij maar een gewoon leven hadden, ook al hoorden wij vaak dat anderen een beetje positief jaloers op ons waren omdat wij het zo leuk hadden. “Anders” verder lezen

Eten

Ik heb al zo lang als ik mij kan herinneren een haat-liefde verhouding met eten, niet dat ik een hekel heb aan eten maar wel aan de gevolgen van het teveel en verkeerd eten.

Als kind was ik niet echt een geweldige eter want ik kan mij teveel op de Slag van Waterloo gelijkende taferelen aan tafel herinneren omdat ik mijn bord niet leeg wilde eten. Er zijn bepaalde groenten die ik nog altijd niet snel zal eten door de herinneringen die ik heb aan bijvoorbeeld rode kool en postelein. En omdat ik, net als veel andere kinderen, redelijk inventief werd in het toch zo min mogelijk van dat soort afval naar binnen werken moest ik dat overdag compenseren door het stillen van mijn honger met zoveel mogelijk boterhammen.

Ergens in de puberteit ging het mis omdat mijn ouders niet meer tegen mij en mijn aversie tegen groenten waren opgewassen en ook alle aandacht nodig hadden om de oorlogen met mijn jongere broers uit te vechten, over hetzelfde onderwerp uiteraard. En vanaf dat moment was het afgelopen met iedere vorm van gezond eten, en bestond mijn dagelijkse menu uit brood, vlees en de producten van de plaatselijke snackbar en Chinees. En zo begon ook heel langzaam een gevecht met mijn gewicht, al wist ik dat toen nog niet. Ik voetbalde in die tijd nog redelijk intensief en dus kon mijn lichaam en mijn spijsvertering wel een stootje hebben, maar toen ik daar mee stopte begon het gevecht pas echt en dat had ik niet op tijd in de gaten.

Dat gevecht ben ik in de loop der jaren een paar keer aangegaan en iedere keer weer met redelijk succes, maar tegelijkertijd verloor ik het gevecht met het eten zelf en met de redenen om te eten. Want op de momenten dat ik niet zo goed in mijn vel zat, en die momenten zijn er genoeg geweest, was er genoeg of teveel eten in huis te vinden en was mijn weerstand ergens op een verkeerde plek opgeborgen…..in ieder geval niet in de koelkast of de kast waar de chips en andere lekkernijen werd bewaard. En anders was er altijd wel een smoes te verzinnen om even ergens naartoe te moeten zodat ik onderweg naar nergens even bij de Burger King kon stoppen.

Het resultaat van dat alles was dat ik na een aantal van dat soort ups en downs rond de 130 kilo woog, dat denk ik tenminste maar omdat de weegschaal niet verder ging kan het ook iets meer zijn geweest. En toen was ik er klaar mee, vooral toen ik bij een klant op bezoek was en even van het toilet gebruik had gemaakt en mijn broek niet dicht kon krijgen. Dat was in januari van het jaar 2004 en in september van datzelfde jaar gaf diezelfde weegschaal ongeveer 90 kilo aan en kon ik iets makkelijker de trap oplopen. Maar dat betekende dat ik weliswaar een slag maar nog niet de oorlog had gewonnen.

Ik houd nog steeds van lekker eten en kan bij tijd en wijle ook nog steeds moeilijk stoppen, behalve als ik er bewust bij nadenk. En dat bewust nadenken over eten heb ik dan ook al die tijd volgehouden, want dat moet ik van mijzelf. En daar komt nog eens bij dat ik door de manier waarop ik dat overgewicht ben kwijtgeraakt mijn spijsvertering een beetje in de war heb gestuurd. Maar als je dan stopt met roken en door allerlei oorzaken even een tijdje de controle uit het oog verliest dan merk je dat die aanleg er nog altijd is en er ook altijd zal blijven. En dus ben ik het gevecht weer aangegaan, maar dit keer anders……inmiddels dan.

Er was wat aandrang van Josje en goede adviezen van Sandra voor nodig, en een behoorlijk gevecht zowel van mijzelf als van Josje met mijn stijfkoppigheid, maar ik eet nu echt gezond. Ik begin met een ontbijt en eet zelfs tijdens de lunch en als diner eet ik veel groenten…..en het werkt! En dat ik tegenwoordig ook nog ben gaan sporten helpt natuurlijk ook een beetje. En het voelt nu alsof ik het gevecht echt aan het winnen ben, al zal die haat-liefde verhouding met eten er waarschijnlijk altijd wel een beetje blijven.