Gastvrijheid

Vakantie is eigenlijk iets vreemds en nooit hetzelfde, ook al ga je naar een plek waar je al eens eerder bent geweest. Al kom ik daar pas sinds een jaar of 10 achter omdat ik dat laatste altijd uit alle macht probeerde te voorkomen, want iedere vakantie moest altijd uniek zijn. Ik vond, en vind, een vakantie altijd zo belangrijk dat ik altijd heel veel moeite deed om maar te voorkomen dat een vakantie tegen zou kunnen vallen, en één van de dingen die ik daarbij belangrijk vond was dat ik nooit twee keer naar dezelfde plek wilde gaan. Sleur is dodelijk en moet koste wat kost worden vermeden. En zo werd er ieder jaar weer gespeurd naar een bestemming in Italië waar wij nog niet eerder waren geweest, en gelukkig beperkte mijn vermijdingsgedrag zich tot regio´s en plaatsen en ging het niet zover dat ik ook geen tweede keer naar hetzelfde land wilde want anders had ik pas echt een probleem gehad.

Gelukkig ben ik ooit tot de ontdekking gekomen dat het geen straf hoeft te zijn om twee of zelfs meer keren naar dezelfde plek te gaan en zo ontstond mijn band met de omgeving van Rome en het plaatsje Bracciano in het bijzonder. En nadat ik daar in het jaar 2000 voor de eerste keer terechtkwam ben ik er bijna jaarlijks teruggekeerd om mij, tot mijn eigen verbazing, nooit te vervelen.

En nu is daar Agioi Apostoloi op Kreta bijgekomen. Uiteraard is ieder vergelijk met Rome, of zelfs Bracciano, absoluut onzinnig en nutteloos want het gaat hier om een klein vlekje op de kaart van Kreta, bestaande uit twee supermarkten en twee taverna´s omringd door wat huizen, hotels en appartementen gelegen aan een kleine baai met een blauwe zee. Maar net als Rome en Bracciano is het thuis. En dat komt vooral door de enorme gastvrijheid van de hier wonende en werkende Grieken.

Allereerst is daar Stelios waardoor wij altijd hartelijk worden verwelkomd, die overheerlijke sinaasappelen uit zijn eigen tuin voor ons meeneemt en ons ook nog een paar liter olijfolie uit zijn eigen boomgaard mee naar huis geeft. Vervolgens is het strand het domein van Yannis die iedereen minstens van gezicht kent en een vergeten bikini bewaart en deze de volgende dag met een big smile langs komt brengen. En alle anderen waar wij regelmatig iets als frappé of fruit kopen die ons na een paar dagen als vaste klant zien en ons gewoon een keer niet laten betalen omdat wij iedere dag terugkomen om iets te kopen of iets extra´s te eten meegeeft. Het is een vorm van gastvrijheid die wij niet kennen en in ons eigen land niet zo snel tegenkomen, maar ook een gastvrijheid die bij ons vakantiegevoel hoort en zorgt dat wij daar extra van genieten.

Rust

Ik heb een aantal jaar geleden de rust gevonden, zo lijkt het. Maar daar heb ik mij nog wel een tijdje tegen verzet want rust klinkt als ingekakt, in mijn oren tenminste.

Ik heb mij jarenlang verzet tegen het kiezen voor een vaste plek als vakantiebestemming, het ieder jaar in de auto stappen met een aangekoppelde aluminium tent op wielen en vervolgens naar dezelfde plek aan een Italiaans meer rijden om daar gezellig met alle andere jaarlijkse vakantieforenzen 3 weken koffie te drinken en te barbecueën. Het was (en is) in mijn ogen de burgertruttigheid ten top. En ook al reed ik wel ieder jaar naar Italië, ik deed dat zonder iets voort te sleuren en ook ieder jaar naar een andere plek waar wij een stacaravan huurden. En als ik eenmaal op die plek was aangekomen bleef ik daar vooral niet drie weken in mijn klapstoeltje zitten met mijn Nederlandse krantje en een puzzelboekje. Dat lukte wel een dag of twee maar dan werd ik weer onrustig en moest er een dagje op uit worden getrokken, en als het niet anders kon dan deed ik dat alleen. En als ik dan hoorde dat de meeste andere Nederlanders er al voor de weet-ik-veel-hoeveelste keer kwamen omdat het er zo ‘gezellig’ was stond het kippenvel dik op mijn armen, en was ik in gedachten al op zoek naar de bestemming voor het volgende jaar.

Het ging uiteindelijk zelfs zo ver dat ik op zoek ging naar een Italiaanse bestemming waar zo min mogelijk Nederlanders zouden zijn, en dan moet je dus iets verder weg en de Noord-Italiaanse meren voorbij rijden, en zo kwamen wij in Bracciano terecht. Het was een plek met Italianen, Fransen, Hongaren en ook een paar Nederlanders, en op korte afstand van Rome. En achteraf gezien was dat de eerste keer dat ik mij niet de hele vakantie onrustig voelde en alweer bezig was met de volgende bestemming. Ik kon nog steeds niet de hele week in mijn klapstoeltje blijven zitten maar ik voelde mij wel meer op vakantie dan anders. Maar natuurlijk ging ik het volgende jaar niet naar die plek terug, want het was nu eenmaal tegen mijn principes om twee keer naar dezelfde plek te gaan, maar zaten wij ergens in Toscane terwijl ik heimwee had naar Bracciano zonder dat in eerste instantie aan mijzelf te willen toegeven. Maar ergens in die periode kwam ik tot het besef dat het onzin was om niet terug te gaan naar een plek waar wij al eerder waren geweest, alleen maar omdat het tegen onzinnige principes was en zo vond ik mijn rust in Bracciano. Het eerste deel in ieder geval.

Dat betekende niet dat het verzet tegen het jaarlijks terugkeren op eenzelfde bestemming in zijn geheel was opgegeven, want in mijn hoofd was dat alleen maar verbonden met Bracciano. Iedere andere bestemming was per definitie éénmalig. Maar toen ik voor de eerste keer met Josje op Kreta was bleek ik ook nog eens zomaar langer dan een week iedere dag op een strandbedje met een boek te kunnen doorbrengen, zonder de gebruikelijke na een paar dagen opkomende onrust waardoor ik ‘iets’ moest gaan doen. Ik deed gewoon helemaal niets, en dat iedere dag, en verheugde mij iedere dag weer op het door Stelios klaargemaakte eten en zijn praatjes na het eten onder het genot van een glaasje. En gek genoeg leek het mij een jaar later ook nog eens leuk om daar nog eens naar terug te gaan, en vond ik het geweldig dat wij niet alleen door Stelios maar ook op het strand door Yannis herkend en begroet werden alsof wij er al jaren kwamen.

En dit jaar hadden wij ook best wel weer naar Kreta willen gaan maar kozen voor een ander eiland omdat de accommodatie van Stelios om de één of andere reden niet te boeken was, maar dat andere eiland was het toch niet helemaal. En zo waren wij een paar dagen geleden op zoek naar een bestemming voor volgend jaar toen ik ontdekte dat onze ‘vaste’ plek op Kreta weer in de gids stond. En wij hebben vandaag alweer gereserveerd voor eind september 2012, na het lopen van de Dam tot Damloop, om te voorkomen dat het vol zou zijn. En wij verheugen ons allebei alweer op een vakantie op ons vaste plekje op Kreta, en inmiddels weet ik dat dit niets te maken heeft met inkakken maar met rust. En ik weet nu ook dat het spontaan iets bedenken om naartoe te gaan, waar ik het hele jaar door ‘last’ van heb, niets te maken heeft met onrust. En dat is een rustig gevoel.

Typisch Italiaans

Onze vakantie begon een beetje vreemd want als je denkt lekker op Schiphol te kunnen rondslenteren en uitgebreid te kunnen ontbijten en je komt vervolgens in pier M uit dan valt het een beetje tegen. Om de één of andere reden is pier M afgesloten van de rest van Schiphol en ziet eruit als iedere andere low-cost bestemming; geen winkels en geen eetgelegenheden en, erger nog, geen uitzicht op wat er buiten gebeurt. Het is net alsof het vliegen met maatschappijen als EasyJet wordt ontmoedigd door geen faciliteiten ter beschikking te stellen. Maar, wij waren op weg naar Italië en dus maakte het niet zoveel uit al waren wij misschien wel wat later van huis gegaan als wij het van tevoren hadden geweten. Bijkomend voordeel was dat wij nu wel als eersten in konden stappen en dus ruime keus hadden bij het kiezen van een mooi plekje aan het raam.

Vliegen blijft een beetje een saai gedoe maar dit keer was het laatste stukje, vlak voor de landing en na wat gelezen en geslapen te hebben, wel erg leuk want wij vlogen redelijk laag over Bracciano en het gelijknamige meer en konden vooral Trevignano Romano en Anquillara goed zien liggen. Een paar minuten later stonden wij in de warme Italiaanse zon op Aeroporto Fiumicino en konden wij op zoek naar onze koffers.

Op geheel typisch Italiaanse wijze werden wij op een groot scherm verwezen naar bagageband 8 en terwijl iedereen daar gewillig op de koffers stond te wachten draaiden deze een vrolijk rondje achter onze ruggen op bagageband 7. En zo hoort het in dit land ook.

Met de koffers konden wij vervolgens een half uurtje over het vliegveld sjouwen om onze auto te gaan ophalen, en het feit dat het om een leuk, zwart Fiatje 500 ging vergoedde een hoop. En gelukkig pasten de koffers er ook nog in ook, al was het met moeite. En zo gingen wij op weg over de Italiaanse A1 in de richting van Napels en La Costiera Amalfitana, en de rest.