Allergie

Ik verbaas mij al zolang ik mij kan herinneren over de politiek, de mensen die het vak van politicus dan wel politica uitoefenen en nog meer over de kudde stemvee die er nog altijd in gelooft en iedere keer weer boos is als alle mooie beloften weer niet worden nagekomen. En natuurlijk ga ik zelf iedere keer weer stemmen. Niet omdat ik iedere keer opnieuw denk dat het nu wel anders zal zijn, maar omdat ik gewoon vind dat ik moet stemmen omdat ik er anders ook niets van mag vinden. Maar de gemiddelde politicus is niet iemand die ik snel in mijn vriendenkring zou opnemen, denk ik. En de wereld van de politiek wordt steeds gekker, zo lijkt het tenminste, al denk ik dat die wereld altijd al gek geweest is en dat het anno 2018 alleen maar steeds zichtbaarder wordt. 

Maar ondanks dat het dankzij de, al dan niet sociale, media voor iedereen steeds zichtbaarder wordt dat de gemiddelde politicus veel roept en zich daarna niet zomaar kan herinneren dat hij iets heeft geroepen, verandert dat ogenschijnlijk helemaal niets.

You have to be trusted by the people that you lie to
So that when they turn their backs on you,
You’ll get the chance to put the knife in

Dogs – Pink Floyd

Ik heb in het tweede decennium van mijn bestaan op een nogal vervelende manier moeten leren dat volwassenen, en dan ook nog eens in mijn directe omgeving, op een heel flexibele manier met de waarheid kunnen omgaan. En die ervaring is er waarschijnlijk de oorzaak van geweest dat ik een allergie heb ontwikkeld voor oneerlijkheid, liegen en bedriegen.  Ik krijg al jeuk als iemand begint te hakkelen en te stotteren na het stellen van een directe vraag, ook al kan dat natuurlijk ook gewoon betekenen dat hij of zij gewoon een spraakgebrek heeft. En dus heb ik ook moeten leren om niet meteen een hekel te krijgen aan stotteraars.

Inmiddels ben ik er aan gewend dat het af en toe wat creatief omgaan met de waarheid ook gradaties heeft. En niet altijd het achterste van je tong laten zien kan ook af en toe best verstandig zijn, vooral in zakelijke situaties. Mijn ietwat rechtlijnige omgang met de waarheid heeft mij wel eens in ongemakkelijke en zelfs vervelende situaties gebracht waardoor ik door schade en schande heb moeten leren om ook eens af en toe mijn mond te houden. En geen of een ontwijkend antwoord geven past dan nog net binnen de grenzen van mijn allergie. Al heb ik daar best wel even op moeten oefenen. En zo kan ik in ieder geval, op mijn manier, op werkdagen best wel functioneren zonder nog blauwe plekken op te lopen.

En dus kan ik er over het algemeen redelijk voor zorgen dat ik niet al teveel last heb van mijn allergie. Al zijn er natuurlijk altijd wel situaties waarin ik hebben moeten leren om mij niet teveel aan gedraai te storen en op mijn tong te bijten, maar ook dat gaat mij inmiddels redelijk goed af. Maar dat lukt mij nog altijd niet als ik de gemiddelde politicus op TV een kletsverhaal hoor afsteken zonder dat zijn neus door het beeldscherm heen groeit. En ik kan mij dan ook nog eens enorm storen aan de ervaren interviewer die, in mijn ogen, ook moet weten dat hij bijna een neus in zijn oog krijgt en dat bijna fijn lijkt te vinden. Ik begrijp dan niet dat er dan geen lastige vragen worden gesteld of, en dat zou nog beter zijn, dat de interviewer niet in schaterlachen uitbarst en besluit gewoon weg te lopen. 

Inmiddels denk ik dat het geen verschil maakt. Of wij moeten in ons deel van de min of meer beschaafde wereld echt veel intelligenter zijn dan de gemiddelde inwoner van de Verenigde Staten. Daar hebben zij kans gezien om iemand tot president te kiezen die bijna een karikatuur is van een politicus in plaats van andersom. En sinds Donald Trump het Witte Huis heeft betrokken is er door hem zoveel onzin uitgekraamd dat ik eerlijk gezegd bijna de waarheid niet meer van de leugens kan onderscheiden. En het blijkt ook nog eens niet uit te maken dat hij in de media hard wordt aangepakt want een groot deel van het Amerikaanse volk blijft hem steunen. En de rest van de wereld kijkt ernaar en lijkt zich te schikken, waarschijnlijk omdat de politici van de oude stempel geen idee hebben wat zij met hem aan moeten.

En zelfs mijn allergie reageert er niet op en kan er eigenlijk alleen maar om lachen. En dat is voor het eerst dat ik om een politicus kan lachen. Maar tegelijkertijd maakt dat mij een beetje onrustig. Want als ik kan lachen om iemand die ergens op zijn ovale bureau een doos heeft staan met een grote rode knop weet je nooit of hij niet in staat is om daar gewoon een keer op te drukken. Gewoon omdat het kan en omdat hij er inmiddels aan gewend is daarna te ontkennen dat hij het heeft gedaan, zelfs als het door camera’s is vastgelegd en in slowmotion wordt herhaald. Of zou zelfs die doos met die rode knop niet bestaan en is ook dat door het niet zo nauw met de waarheid nemende politici zijn verzonnen? Ik denk dat ik maar gewoon van mijn leven ga genieten en stop met mij verbazen, als ik dat kan,

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.