Leven,  Verbazing

Het Eerste Avontuur

De halve schooldag zat erop en er was dus nog een hele woensdagmiddag beschikbaar om iets leuks te gaan doen, dacht hij toen hij het kleine schoolplein op rende. Het was lekker weer en dan ging je in ieder geval niet binnen zitten. Het was in de Amsterdamse volksbuurt waar hij opgroeide binnen toch al snel te klein en te warm. En hij en zijn vriendjes waren typische ‘straatschoffies’, ook al had hij nog geen idee wat dat betekende, en dat kon je alleen maar zijn als je ook op straat rondliep. Dus na een halve dag leren lezen en rekenen in de eerste klas van de lagere school was het wel weer genoeg geweest. ‘Het gaat vast weer een leuke middag worden’, dacht hij terwijl hij door de Bilderdijkstraat en Kinkerstraat naar huis huppelde.

Thuis werden er snel een paar boterhammen met hagelslag en andere zoetigheid naar binnen gewerkt en weggespoeld met een glas melk. En daarna rende hij weer de twee steile trappen af, zich vasthoudend aan het touw langs de muur dat was bedoeld om de benedendeur open te trekken. Buiten werd hij opgewacht door een vriendje van een paar portieken verderop, en hij kon al van ver zien dat zijn vriendje iets geweldigs had bedacht. En dat was ook zo.

Tollenstraat 89 in Amsterdam

‘Zullen wij een paard gaan kopen?’, riep Sammie al van ver. ‘Een paard? Wat moeten wij nou met een paard? En waar gaan wij dat paard dan kopen? En waarmee gaan wij dat paard dan kopen?’ Er waren veel meer vragen dan antwoorden, tenminste dat dacht hij. Maar Sammie had overal een antwoord op, want hij wist waar je een paard kon kopen en hij wist dat op een paard rijden heel stoer was. En om het te betalen had hij een hele stapel fel gekleurde papiertjes met getallen erop in zijn zak. Dat je met Monopoly-geld in de echte wereld geen straten, huizen en hotels kon kopen, laat staan een paard, had niemand hem ooit verteld. En dus gingen zij een paard kopen zonder te bedenken het ook nog eerst even thuis te gaan vertellen.

En natuurlijk wist Sammie de weg, want hij was de zelfverzekerdste van de twee. En achter Sammie aan lopen was dus gewoon goed en als Sammie niet bang was om te verdwalen dan zouden zij ook weer gewoon thuis komen.

Het was die dag warm in Amsterdam. En als je een jaar of zes bent weet je nog niet dat als het warm is het verstandig kan zijn om water mee te nemen. Nog even afgezien van het feit dat er niet zomaar iets voorhanden was om water in mee te nemen. En na een uurtje lopen kreeg hij best wel een beetje dorst. Maar Sammie was een ervaren wereldreiziger, of in ieder geval een ervaren Amsterdam-reiziger, of wist in ieder geval die indruk te wekken. En het Amsterdam van die tijd had ook nog eens op iedere straathoek fonteintjes waar na een druk op een knop drinkwater uit kwam. Nu was er helemáál geen reden meer om aan Sammie te twijfelen. Hij kon zichzelf al op de rug van zijn paard de straat in zien komen rijden.

Wat kunnen benen moe worden. Na úren lopen, of het leek in ieder geval alsof zij úren hadden gelopen, snakte hij naar zijn paard. Maar hij zou inmiddels ook wel genoegen nemen met het zien van een herkenbare straat en weten dat hij bijna thuis zou zijn. Want er begonnen inmiddels toch wel wat twijfels aan Sammie’s goede idee de kop op te steken. Vooral omdat Sammie niet meer zo goed scheen te weten welke kant hij moest kiezen als zij bij een kruispunt kwamen. En inmiddels waren zij, zonder dat zij zich dat als zesjarigen bewust waren, al op het Damrak en vlakbij het Centraal Station aangekomen. En dat is best een stukje lopen vanaf de Tollensstraat.

‘Sammie, zullen wij aan iemand vragen waar wij een paard kunnen kopen?’, vroeg hij voorzichtig. Want het was natuurlijk best vervelend om aan Sammie te twijfelen, én Sammie had het geld in zijn zak om een paard voor hem te kopen. Sammie vond het een goed idee. En niet veel verderop, op de Oostenburgergracht, zal een oudere, grijze man met een volle, witte baard, op een stoeltje voor zijn huis een shaggie te draaien. ‘Dat zou toch zeker Sinterklaas niet zijn?’, dacht hij. Maar als het hem wel was, dan zou hij zeker ook wel weten waar zij een paard konden kopen, of krijgen!

Sammie was de moedigste van de twee, of hij was in ieder geval het minste verlegen, en hij durfde Sinterklaas aan te spreken. ‘Een paard kopen? Nee, dat gaat echt niet lukken. In ieder geval niet vandaag’, antwoordde Sinterklaas. Of zou het hem toch niet zijn, want hij had wel een héle dikke buik en de persoon die nu naar buiten kwam was een vrouw en in ieder geval geen Zwarte Piet. Mevrouw Sinterklaas had in ieder geval wel iets te drinken en ook koekjes, en eigenlijk hadden zij ook best wel honger.

Waarschijnlijk snapte Klaas, want die aardige man zou dan toch in ieder geval wel Klaas heten, wel dat deze twee moedige straatschoffies waarschijnlijk wel wereldreizigers waren, maar dat zij toch wel enige moeite hadden om hun thuis terug te vinden. En Klaas, daartoe aangespoord door zijn vrouw, draaide nog een shaggie en nam de twee wereldreizigers op sleeptouw terug naar huis. 

En omdat onze jonge held, terwijl hij achter Sammie aan huppelde, toch wel  goed om zich heen had gekeken, herkende hij af en toe waar hij was en zo vonden zij langzaam maar zeker, daarbij geholpen door Klaas, de weg naar huis terug. En toen zij langs hun school in de Bilderdijkstraat kwamen wist ook Klaas zeker dat het goed zou komen, en nam hij afscheid van de twee paardenkopers en maakte met een shaggie in de mondhoek weer rechtsomkeert.

Het begon inmiddels al te schemeren toen Sammie en zijn vriendje de straat inkwamen waar zij woonden, en waar inmiddels de halve buurt druk pratend buiten stond. Tot iemand de beide jochies zag en zij tot hun grote verbazing allebei van hun moeder een draai om hun oren kregen. Zo erg was het toch niet dat het niet was gelukt om een paard te kopen? En toen zij ook nog in hun nekvel werden gegrepen en mee naar binnen werden genomen, waar zij voor straf zonder eten naar bed moesten, begrepen zij er nog veel minder van. 

Het is inmiddels ongeveer 55 jaar na dato en ik heb geen idee wat er van Sammie is geworden. Maar ik heb nog steeds geen paard, en zou ook geen paard willen hebben, ben later nog wel eens ergens verdwaald en altijd weer veilig thuis gekomen en begrijp nog steeds niet waarom ik die dag zonder eten naar bed moest. Waarom, net zoals gisteren mijn oudste kleinzoon tegen zijn moeder zei, mijn moeder het nodig vond om van zo’n klein dingetje zo’n probleem te maken. En waarom zij niet gewoon dolblij was dat ik weer veilig thuis was nadat ik een groot avontuur had beleefd, of in ieder geval niet kon doen alsof. Het is een lastige wereld voor kleine én grote kinderen. Maar toch ook wel leuk.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.