Gedachten,  Leven,  Verbazing

Erfelijkheid

Mijn hoofd staat regelmatig stil en kan ernstige verschijnselen van leegheid vertonen, zonder dat ik mij daar zorgen over maak. Ik denk zelfs dat het een eigenschap is die ervoor zorgt dat ik niet het risico loop mijn hoofd kwijt te raken of gek te worden. Ik moet er niet aan denken dat ik altijd zou worden lastig gevallen door al dan niet zinvolle denkprocessen die zouden kunnen resulteren in al dan niet verwachte conclusies of lastige vragen.

Het tot stilstand komen van mijn gedachten gebeurt in ieder geval als ik wil gaan slapen. Gewoon een kwestie van een knop omdraaien en dan is het net alsof ik een boek dichtsla en daarmee de imaginaire en niet hardop uitgesproken woorden onzichtbaar en onleesbaar maak. En vervolgens ben ik een paar minuten later in diepe slaap. Maar in de dagdroomversie van mijn gedachtenstop ontbreekt die diepe slaap, maar zit ik gedachtenloos naar iets onbestaands in de verte te kijken zonder mij gewaar te zijn van mijn omgeving.

Gek genoeg heeft mijn hoofd nooit behoefte aan gedachtenloosheid als ik ergens alleen ben, iets wat nogal eens voorkomt als ik een paar dagen in hotels overnacht omdat ik op een redelijke afstand van mijn thuis moet werken. Vaak ga ik na het inchecken eerst een redelijk rondje hardlopen, om gezond te blijven en mijn hoofd leeg te maken, en zoek ik na gedoucht te hebben een plek op waar ik een hapje kan eten. Om mij heen zitten dan vaak mensen die, net als ik, alleen min of meer noodgedwongen ver van thuis proberen de avond door te komen. En bij gebrek aan gezelschap eten zij vaak in het gezelschap van hun laptop of smartphone, om nog iets te hebben wat op aanspraak lijkt.

Ik eet meestal in het gezelschap van mijn gedachten en dan komt er van alles in mij op, en de ene keer is dat interessanter of leuker dan de andere. En door die gedachten hun gang te laten gaan wordt er best wel eens het één en ander opgeruimd. Maar ook komt er zo af en toe iets in mij op waardoor ik met de nodige vragen blijf zitten waarover ik dan later nog een ei moet leggen. En dat gebeurde deze week ook toen ik ergens in een hotel aan een stukje gegrilde Noorse zalm zat.

Plotseling vroeg ik mij weer af waar ik vandaan kom, want die gedachte komt vaker in mij op. En dan niet mijn fysieke ik, want ik ben echt niet vergeten dat ik ruim 61 jaar geleden in de Amsterdamse Kinkerbuurt voor het eerst het daglicht zag. Maar ik heb dus geen idee waar mijn ‘ik’ vandaan komt, want ik beschouw mijzelf als een redelijk vreemde eend in de bijt van mijn familie. En dat heb ik eigenlijk altijd al gedaan en ik heb mij ook nooit echt thuis gevoeld in de omgeving waar ik opgroeide. Alsof iemand een kleine administratieve vergissing heeft gemaakt waardoor ik op het verkeerde adres en bij de verkeerde mensen ben afgeleverd.

En dus begon ik mij af te vragen hoe het precies zit met dat wat erfelijkheid heet. En of er ook verschil zit tussen fysieke en geestelijke erfelijkheid. Want uiterlijk ben ik dan wel altijd herkenbaar geweest als kind van mijn ouders en broer van mijn broers, maar dat geldt niet voor het niet zichtbare deel van mijn persoonlijkheid. Ik ben altijd anders geweest. Een soort van zwart schaap, vooral omdat ik de enige was in de hele familie die afwijkend gedrag en afwijkende eigenschappen vertoonde.

Het gevolg van mijn afwijkingen was dat ik mij al vrij jong afzonderde en mijn eigen weg koos. Dat kiezen van mijn eigen weg ging natuurlijk niet zonder slag of stoot en ik kan mij nog goed herinneren dat mijn ouders, en dan vooral mijn moeder, niet goed wisten wat zij met mij aan moesten. En zo werd ik onderwerp van gesprekken met leraren en moest ik af en toe weer eens ergens worden onderzocht. Waarschijnlijk met de bedoeling om toch ergens in een hokje te kunnen worden geplaatst en van een passend etiket te worden voorzien. Dat is nooit echt gelukt en het bevestigde voor mij alleen maar dat ik anders was, en dat vond ik prima want ik had er zelf geen last van dat ik een zwart schaap was.

Maar inmiddels, nu ik wat ouder ben, word ik steeds nieuwsgieriger naar mijn afkomst. Van welke voorouder heb ik mijn persoonlijkheid geërfd? Wie is de persoon of zijn de personen in mijn genealogische geschiedenis die mij in mijn DNA de eigenschappen hebben meegegeven waardoor ik een zwart schaap ben geworden. Waardoor ik in vrijwel niets lijk op mijn ouders of broers, behalve uiterlijk, en waarom het zo werkt als het werkt. En dat is misschien niet eens het belangrijkste. Wat ik nog veel interessanter vind is te weten wat de achterliggende bedoeling van dit alles is. Waarom heb ik precies die plek uitgekozen om aan mijn leven te beginnen en wat moest ik of mijn omgeving daarvan leren?

En zo zat ik ergens in het land alleen in een hotel, zonder intelligente aan- en tegenspraak anders dan die van mijn eigen hersenspinsels, in mijn Noorse zalm te prikken. Mij tegelijkertijd vermakend om mijn mede-hotelbewoners die niets beters wisten te doen dan met hun smartphone te spelen of op hun laptop te werken. En ik haalde mijn schouders maar weer eens op en wist wat ik al heel lang weet, namelijk dat al die vragen die in mijn hoofd opkomen waarschijnlijk toch nooit beantwoord zullen worden. En dat hoeft ook niet omdat ik best wel goed in mijn vel zit. En gelukkig werkt die erfelijkheid over het algemeen foutloos en komen de meeste mensen precies daar terecht waar zij thuis horen, en ook dat is maar goed ook. En uiteindelijk is het met mij ook goedgekomen en ben ik daar terechtgekomen waar ik thuis ben.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.