Leven,  Verbazing

Een Nieuw Avontuur

Het was een zomers warme voorjaarsdag en dus had hij niet veel haast om thuis te komen. De woensdag was zijn favoriete schooldag omdat hij dan alleen uit school naar huis mocht lopen, en dan heb je natuurlijk geen haast. In het Amsterdam van begin jaren 60 van de vorige eeuw reden nog altijd meer trams en fietsers dan auto’s, en op de drukke kruispunten werd het verkeer geregeld door verkeersagenten. En hij was al zes en dan ben je natuurlijk al lang oud en groot genoeg om zelfstandig en stoer te kunnen zijn.

Het spannendste van alleen naar huis lopen was dat je dan ook door straten kon lopen waar je niet alleen mocht komen van je moeder. Braaf zijn deed je natuurlijk alleen in het zicht, en langs het water en over bruggen lopen was gewoon spannend. Vooral omdat het niet mocht. En dus liep hij die middag vooral langs grachten en over bruggen, en bij de allerlaatste brug op de Bilderdijkkade aangekomen moest hij er nog even extra van genieten. En wat was er dan leuker dan over de brugleuning te hangen en in het water spugen en mooie kringen maken.

Terwijl hij daar druk mee was en helemaal was vergeten dat er thuis op hem gewacht werd kwam Kees langs. Kees was een klasgenootje die op de Bilderdijkkade woonde en altijd alleen naar huis mocht lopen van zijn moeder. Waarschijnlijk omdat hij vlakbij het water woonde en er aan gewend was en omdat het dan minder gevaarlijk was. Kees was niet echt een vriendje en ook niet zo slim. En omdat Kees niet zo slim was kon je hem ook heel gemakkelijk voor de gek houden.

‘Waar kijk je naar?’, vroeg Kees. Na heel kort nadenken antwoordde hij: ‘Naar die kringen daar in het water’. Kees keek nieuwsgierig over de reling van de brug naar de laatste kringen die nog duidelijk zichtbaar waren. ‘Waar zijn die kringen van?’, was zijn volgende vraag. ‘Er is daar net iemand in het water gesprongen en die is verdronken’, was het snelle antwoord. Kees keek hem verbaasd en ook enigszins nerveus aan. ‘Wie was dat dan?’, ging hij verder toen hij op dat moment door zijn moeder werd geroepen en meteen naar huis moest komen.

Na een laatste productie van mooie kringen bedacht hij dat hij die middag bij Gertje zou spelen en dus liep hij snel naar huis om een boterham te eten. Hij was Kees allang vergeten toen hij een half uurtje later de straat uit liep op weg naar zijn vriendje. Gertje woonde op een woonboot en daar kon je uit het raam visjes vangen, en dat was genoeg om een hele woensdagmiddag mee bezig te zijn. Hij sloeg rechtsaf de Kinkerstraat in en zag op de brug richting de Bilderdijkstraat een grote menigte staan. Daar zou vast iets gebeurd zijn en nieuwsgierig wurmde hij zich tussen de volwassenen door om te kijken wat er aan de hand was.

In het water van de Bilderdijkkade was de politie bezig om vanaf bootjes en de dukdalven die toen nog in de Amsterdamse grachten stonden met lange stokken door het water heen en weer te gaan. Hij hoorde de volwassenen om zich heen praten over iemand die verdronken was en dat zij iets aan het doen waren wat dreggen werd genoemd. Na enige tijd, toen er nog steeds niets gebeurde, won het vissen bij Gertje op de woonboot het van het dreggen en huppelde hij verder.

Woensdagmiddagen duren op die leeftijd eindeloos en gaan toch erg snel voorbij, en plotseling begon het al donker te worden en werd Gertje door zijn moeder geroepen omdat zij gingen eten. Hij herinnerde zich ineens dat hij had beloofd om op tijd thuis te komen en na het teruggooien van de visjes die zij die middag hadden gevangen rende hij snel weer naar huis.

Toen hij de straat waar hij woonde in kwam was het al bijna donker en had hij best wel trek. Hij rende de trap naar de voordeur op, trok aan de bel en toen de voordeur van boven met het touw werd open getrokken rende hij de steile trappen naar de tweede verdieping op. Hijgend deed hij de deur naar het kleine woninkje open en zag tot zijn verbazing dat er een politieagent bij zijn ouders op de bank zat. Zijn moeder zat samen met zijn oma en tante te huilen, er was vast iets heel ergs gebeurd.

Terwijl hij daar in de deuropening stond keek iemand op en zag hem staan, en riep zijn naam. Het werd stil, heel even maar, tot zijn moeder begon te schreeuwen en naar hem toe kwam rennen. Hij snapte er helemaal niets van en hoorde iedereen door elkaar heen roepen over iemand die verdronken was. Als je zes jaar oud bent zijn alle volwassenen best wel een beetje vreemd. Maar toen alle consternatie voorbij was en de politieagent uiteindelijk vertrok werd duidelijk dat iedereen had gedacht dat hij zou zijn verdronken. Geen idee waarom.

Gek genoeg was het feit dat ik niet in het water was gevallen voor mijn moeder een reden om boos te zijn want ik moest voor straf zonder eten naar bed. Ik heb geloof ik nooit zo heel veel begrepen van het irrationele gedrag van volwassenen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.