Auto,  Reizen,  Vakantie

De Auto

Ik heb héél lang geleden mijn roze papiertje gekregen, en volgens mij was het geen papier maar linnen, en toen kreeg ik niet lang daarna mijn eerste auto. Iemand in mijn familie had een schoonvader die een andere auto kocht en ik mocht zijn oude, behoorlijk rammelende voiture wel hebben. Het was een matgrijze Simca 1100 uit het stenen tijdperk waar de bestuurdersstoel los in stond, en dat was niet het enige wat los zat. Maar als je de sleutel omdraaide kwam het vehikel hoestend en proestend tot leven en van een APK-keuring had nog niemand gehoord, en dus was onderhoud ook niet nodig. Erg lang heeft die auto niet geleefd want ik verloor tijdens het rijden regelmatig onderdelen, en na een aanhouding op de Amsterdamse Overtoom vond een agent dat het niet zo zinvol was dat ik een veiligheidsriem om had terwijl de stoel niet vast zat.

Mijn volgende auto was weer een Simca 1100, maar nu een Break en een iets nieuwere, die ik van een collega kon overnemen. Wat ongetwijfeld aansprak was het lichtgevende geel van de carrosserie, want dat was veiliger op de snelweg, en het feit dat er een radio-cassettespeler in het dashboard zat waarvan het geluid boven dat van de auto uit kon komen. Inmiddels was ik gaan forenzen tussen Amsterdam en Almere en dan wil je natuurlijk een stukje muziek onderweg. Maar ook die Simca hield het niet zo lang vol en na een paar weken lang onderweg de nodige liters olie te zijn verloren en het afbreken van een motorsteun was er ook toen weer een collega die zijn auto graag kwijt wilde. En die auto was een Ford Taunus, in mijn ogen het toppunt van luxe en eigenlijk de Ford Mondeo van die tijd en voor een broekje van 23 een echte patserbak. Ik weet niet meer of ik toen ook al een flitsende zonnebril had, maar wel dat het een prima auto was om in 1982 voor de eerste keer mee op eigen kracht naar Italië op vakantie te gaan. Alle kampeerspullen pasten in de kofferbak en met een extra versterker in het dashboardkastje was de muziek ook prima geregeld.

Een jaar later was het tijd voor mijn allereerste échte nieuwe auto. Ik reed inmiddels aardig wat zakelijke kilometers en met een kilometervergoeding van gemiddeld 2.000 gulden per maand vond ik dat ik wel een Ford Escort in de showroom kon uitzoeken. Uiteraard moest daar een spoiler op want dan leek het tenminste nog een beetje sportief, en het glazen schuifdak moest er voor zorgen dat het in de zomer ook zonder airco uit te houden zou zijn. De LPG-tank in de kofferbak zorgde ervoor dat de brandstof niet meer kostte dan 18 cent per liter, waardoor ik van mijn kilometervergoeding ook nog genoeg overhield om op vakantie te gaan.

Na deze volgde er nog een paar nieuwe Ford Escorts tot ik in 1993 een Ford Mondeo kocht, want inmiddels werden de twee kinderen iets groter en moest er meer spul mee op vakantie naar Italië. En die Mondeo was de laatste auto die ik zelf zou kopen omdat daarna het tijdperk van de lease-auto’s aanbrak. En daardoor werd het nog wat makkelijker om een nieuwe auto uit te zoeken, maar voorlopig hield ik het bij een Ford want dat blauwe ovaal op het stuur was inmiddels wel vertrouwd geworden. En dat bleef zo tot een paar jaar geleden.

Om de één of andere reden was een auto niet  meer zo belangrijk geworden, misschien wel omdat ik een dure Ford Mondeo met een bijtelling van 25% reed en niet meer met de auto naar Italië op vakantie ging, en toen er ook zuinige auto’s met een bijtelling van niet meer dan 14% kwamen liet ik mij verleiden tot het bestellen van een kleinere auto. Het werd een Citroën DS3, mijn hernieuwde kennismaking met een Frans merk en niet helemaal tot mijn grote blijdschap. Vooral de elektronica liet mij nog wel eens in de steek, en ik reed regelmatig scheldend de file in als de radio het weer eens niet wilde doen of de navigatie niet wist waar ik reed. Als ik dan aan het einde van de dag weer naar huis reed deed alles het weer, om een paar dagen later weer met iets anders te komen wat een vrije dag nam. Maar het scheelde iedere maand best wel wat geld en dat went toch……. En dus werd er 3 jaar geleden toch maar weer een Citroën besteld, dit keer van een iets groter type. En ook dit keer met gedoe, niet alleen met de elektronica binnen in de auto maar ook onder de motorkap. Het zou de laatste Franse auto worden, dat wist ik zeker, ook al omdat er inmiddels caravan- en andere reisplannen zijn waar je in ieder geval een echte auto voor nodig hebt.

En sinds deze week rijd ik ineens weer in een echte auto en weet ik wat ik heb gemist, en zijn er ook meteen weer reisplannen naar Italië en andere leuke bestemmingen. Plotseling is autorijden weer leuk en is het een stuk minder vervelend om 50.000 km per jaar op het asfalt door te brengen. En ik merk dat ik ook ineens weer zin heb om mijn auto te wassen, van binnen schoon te houden en te stofzuigen en ik kan niet wachten tot wij over een paar maanden voor het eerst met een échte reisauto naar Piemonte rijden om via de Franse Alpen weer terug te gaan. Met genoeg laadruimte om lekkere wijnen en andere smakelijke zaken mee terug te nemen. Ik ben al bijna vergeten dat ik de laatste jaren over de weg hobbelde in plaats van reed…..bijna. En het idee dat er volgend jaar misschien wel een caravan achter de nieuwe auto wordt gehangen om voor het eerst sinds jaren weer te gaan kamperen zorgt voor ernstige voorpret. Meer dan ernstige voorpret.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.