Claustrofobisch gedoe

Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik weigerde om in een vliegtuig te stappen. Instappen zou nog net zijn gelukt, zolang ik er maar weer uit mocht voordat de deuren werden gesloten en het apparaat wilde gaan vliegen. Dat is begonnen bij de terugvlucht van Athene naar Amsterdam in mei 1987, waar ik toeschouwer was geweest bij de door Ajax gewonnen Europacup 2 finale, en heeft in totaal zo’n 13 jaar geduurd.

Bij het instappen was er nog niets aan de hand, en ook het naar de startbaan taxiën ging probleemloos. Maar op het moment dat de Boeing 727 van Air Holland van de grond kwam en meteen als een raket omhoog en scherp naar links vloog, er moesten was hoge hotels in het verlengde van de startbaan worden vermeden, sloeg de paniek toe. Vanaf dat moment wist ik wat een paniekaanval was, en het vervelende was dat ik die paniekaanval niet kon ontlopen door uit te stappen en even frisse lucht in te ademen. En dus heb ik de hele vlucht van Athene naar Amsterdam met mijn ogen dicht gezeten, proberend mij zoveel mogelijk van mijn omgeving af te sluiten.

Dan denk je nog dat het een incident is, gewoon iets eenmaligs, tot wij een paar maanden later op vakantie gingen naar Zuid-Frankrijk en ik alle moed die ik in mij had moest verzamelen om in te stappen. Het lukte, maar het werd nooit een leuke vakantie omdat ik wist dat ik na een paar weken weer in zo’n ding moest stappen om weer thuis te komen. Eenmaal terug besloot ik dat wij voortaan dus gewoon met de auto op vakantie zouden gaan. En omdat het helemaal niet zo vervelend was om met de auto naar Italië dan wel Frankrijk te rijden hoefde ik er ook niet openlijk voor uit te komen dat ik liever niet vloog.

En zo gingen er ongemerkt zomaar 13 jaar voorbij voordat ik ineens weer met mijn vliegangst werd geconfronteerd. Ik kreeg op mijn werk het verzoek om even naar Johannesburg te vliegen omdat er iets moest gebeuren wat alleen ik scheen te kunnen, en voordat ik er goed over had nagedacht had ik al ‘Ja’ gezegd. Slik. Dat was niet zomaar even vliegen, want het was iets verder dan bijvoorbeeld Londen of Parijs. Maar normaal gesproken krabbel ik niet zo snel terug als ik eenmaal ergens ja tegen heb gezegd, en dus moest ik op zoek naar een oplossing.

En die oplossing verenigde het nuttige met het aangename, want het was bijna tijd voor de kerstinkopen en waar kan je leuker met het gezin kerstshoppen dan in Londen. En het is niet meer dan 45 minuten vliegen en dat zou ik toch wel overleven? Iedereen was blij en ik nam die paar slapeloze nachten voorafgaand aan het vliegreizen voor lief.

Die slapeloze nachten bleken nergens voor nodig te zijn want toen ik een paar weken later de Fokker F-50 van de KLM instapte was ik de rust zelve, en vroeg ik mij af waarom ik dat ruim 13 jaar had vermeden. En uiteraard stapte ik een paar maanden later uiterst relaxt de MD-11 binnen die mij naar Johannesburg moest brengen.

Daarna heb ik heel veel gevlogen, zonder ooit nog even diep adem te hoeven halen om moed te verzamelen. En uiteindelijk werd het zelfs zo gewoon dag ik bij een late vlucht al sliep voordat het toestel in de lucht was. En toch was het vandaag een klein beetje anders, want er zit ergens nog een klein restje claustrofobisch gedoe tussen mijn oren.

Dat claustrofobisch gedoe ontstond toen ik ruim een jaar geleden zomaar onverwachts in een MRI-apparaat gestopt. Ik liep een paar uur eerder nog nietsvermoedend een ziekenhuis binnen en kreeg daar te horen dat er toch was besloten om een MRI-onderzoek te gaan doen. En dat kon meteen dezelfde dag al, en dat deed ik dan ook maar. Volledig onvoorbereid volgde ik de aanwijzingen van de vriendelijke verpleger op en voor ik het wist lag ik in een metalen doodskist, met niet meer dan een paar centimeter tussen mijn gezicht en de paniek. In mijn rechterhand had ik een paniekknop, maar in eerste instantie weigerde mijn rechterhand alle opdrachten die ik gaf. En toen mijn rechterhand wilde gaan gehoorzamen had ik begrepen dat op die knop drukken er dan wel voor zou zorgen dat ik naar buiten mocht en weer kon ademen, maar dat ik dan ook weer terug zou moeten. Ik heb het overleefd.

Maar ik was wel nogal onder de indruk van het feit dat ik dus last had van claustrofobisch gedoe, ook al had niemand daar iets van gemerkt. Maar aangezien ik niet van plan was mij ooit weer vrijwillig te laten opsluiten kon ik het vergeten. Bijna. Tot ik de laatste weken wat begon na te denken over een vrijwillige opsluiting van bijna 14 uur in een vliegtuig, en dat een beetje begon te knagen.

Het is uiteindelijk niet meer geworden dan knagen, of misschien zelfs niet meer dan knabbelen. Je vrijwillig laten opsluiten in een vliegtuig en je daar al TV kijkend en lezend laten verwennen is nog altijd iets heel anders dan écht claustrofobisch gedoe. En het doel van die vrijwillige opsluiting is ook veel leuker. En dus vermaak ik mij prima en zie op het kaartje de meest exotische Iraanse plaatsen onder ons door gaan en verheug mij op de komende paar weken. En die terugvlucht overleef ik dan ook wel weer, met plezier.

Eén gedachte over “Claustrofobisch gedoe”

  1. Niks aan de hand, lieve Peter, geniet van je vakantie. Ik heb een keer naar India gevlogen en er zat een jongeman tegenover me die me vertelde dat er altijd wat gebeurde met de vliegmaatschappij waarmee we vlogen. Ik kan niet meer terug zei ik hem en we hebben samen zitten schaken. Alles goed gekomen.
    Geniet samen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.