• Eriba Touring
    Reizen,  Vakantie,  Wij

    Kamperen

    Ik kan mij niet anders herinneren dan dat ik met mijn ouders iedere zomer ging kamperen. De eerste kampeervakantie die mij nog helder voor de geest staat moet in 1963 of 1964 zijn geweest, en ik weet niet meer wat het uiteindelijke reisdoel was, maar wel dat wij met autopech zijn gestrand in België. Een gebroken cardanas zorgde ervoor dat mijn vader een deel van de vakantie op zijn rug onder de auto doorbracht en dat de rest van het gezin een leuke tijd had op een camping in de buurt van de grotten van Han en de watervallen van Coo.

  • Gezin,  Ontspanning,  Verbazing,  Wij

    Heimwee

    Op 15 maart 2009 schreef ik hier iets over heimwee, verschillende soorten heimwee. Inmiddels zijn wij meer dan 6 jaar verder en het is vreemd te merken dat die heimwee heel langzaam sterker blijft worden. Alsof er een grote elektromagneet ergens op de Dam in Amsterdam staat waarvan iemand heel stiekem iedere keer dat knopje een stukje verder naar rechts draait. De sukkel.

  • Eten,  Wij

    Erwtensoep

    De erwtensoep staat weer eens zachtjes te pruttelen, zelfgemaakte erwtensoep wel te verstaan. En dan te bedenken dat ik vroeger als kind griezelde bij het idee alleen al. Het was in mijn ogen niet meer dan een dikke, groene brij en alles wat maar in de buurt kwam van de kleur groen was per definitie niet te eten.

  • Huis,  Vakantie,  Wij

    Ontheemd

    Ik heb mijzelf heel lang ontheemd gevoeld, een thuisloze.  Gedeeltelijk tenminste want een thuisloze is vaak ook een eenzame en eenzaam ben ik nooit geweest. En natuurlijk had ik wel een thuis als in iets warms tussen vier muren met een dak erop waar ik niet eenzaam was, maar ik was gewoon heel lang een beetje mijn wortels kwijt. Zonder dat te weten.

  • Weekend,  Wij

    Amsterdam

    Wij zijn weer een weekend naar Amsterdam geweest. Gewoon leuke dingen gedaan en dat houdt voor mij niet meer in dan een beetje hier en daar naartoe en net doen alsof ik, alsof wij er thuis zijn. En ik ben er nog altijd niet uit of het helpt om heimwee te bestrijden of dat het de heimwee juist voedt, dus de waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

    Ik moet gewoon af en toe door mijn stad dwalen, alleen maar rondkijken, herinneringen voelen en proeven, herinneringen herontdekken. En Josje dwaalt met mij mee, leert daardoor nog meer kanten van mij kennen, neemt Amsterdam in zich op en wordt door Amsterdam opgenomen.

    Ons hotel stond vlakbij Nieuw-Sloten en daar fietste ik in mijn jonge jaren doorheen op ChristoffelPlantijn1weg naar de verschillende sportparken, toen daar nog geen nieuwbouwwijk stond maar niets dan kassen van tuinbouwbedrijven. En het is dan ook leuk om het oude fietspad terug te vinden wat nu dwars door een aangelegd park loopt, niet meer zo recht als vroeger en misschien ook niet op exact dezelfde plek maar het bestaat nog wel. De tram via de Heemstedestraat, Hoofddorpplein, Zeilstraat en Koninginneweg stopte bij de Emmastraat en toen wilde ik eruit, het Vondelpark in.

    Ik ben vlakbij het Vondelpark geboren. Het is de plek waar je als kind de eendjes brood geeft en in het gras kan spelen. En als ik er nu in de buurt ben dan moet ik er even doorheen lopen, langs het Blauwe Theehuis waar je het hele jaar buiten kunt zitten met een kop koffie en iets lekkers, zelfs als dat in de rest van het land niet kan. En als wij er nu samen doorheen lopen dan bekijken wij de huizen vast die op het Vondelpark uitkijken, voor later want je weet nooit…..

    Ergens tussen het Vondelpark en de Weteringschans is het dan tijd voor koffie en thee op het Max Euweplein bij Café Max, waar op een gegeven ogenblik iemand binnen komt lopen die iets kwijt moet. ‘Ik word papa’, roept hij enthousiast door de zaak. De man aan de andere kant van de toonbank antwoord droog: ‘Dat is mooi, maar wil je ook nog iets bestellen’. Maar de stuiterende aspirant-pappa is nog niet aan koffie toe, wil alleen maar praten. En terwijl Josje hem feliciteert kan ik het niet laten om hem te vragen: ‘Sinds wanneer? Sinds gisterenavond?’ Bijna-papa is zo vol van het gebeuren dat hij de mop niet herkent en gewoon antwoord geeft: ‘Nee, sinds vanochtend….dat blauwe plusje net. Maar wij hangen het nog niet aan de grote klok hoor’. En mijn heimwee krijgt honger……

    Wij lopen verder, slenteren over de grachten en door de 9 straatjes en kletsen over van alles, maar waarschijnlijk klets ik het meest over mijn oude voetstappen terwijl ik ze probeer terug te vinden en komen op de Singel bij een opticien terecht waar Josje haar kerstcadeau vindt. En terwijl zij bijna ongemerkt van opticien verandert zit ik op een krukje over de Singel naar de langslopers en -fietsers te kijken, en vraag mij af wat een huis op de Singel zou kosten. Honger is een knagend gevoel.

    Na de lunch in ‘Die Port van Cleve’ en nog meer geslenter en Sinterklaasinkopen loopt de Kalverstraat vol. Een door een verbouwing veroorzaakte versmalling zorgt voor een opstopping van Koninginnedagformaat en een volgende confrontatie. Terwijl wij staan te wachten tot er weer beweging in de meute komt merk ik dat de persoon naast mij met een nogal vreemde blik in zijn ogen mij staat aan te staren. En dus kijk ik terug, niet langer dan een minuut of zo. Hij ziet er niet uit alsof hij alles echt op een rijtje heeft en dat maakt het leuk, en dus stel ik na die minuut de simpele vraag: ‘Eh, Ja?’. Dat heeft tot gevolg dat Josje denkt dat wij elkaar zullen aanvliegen omdat hij nogal agressief reageert. Ik blijf rustig en geef gewoon rare antwoorden, maar doe wel mijn best om niet al te rare antwoorden te geven. Je weet maar nooit en ik ben niet alleen. Hij laat ons gaan, en dat is maar goed ook want ik heb nog steeds trek. Daar is gedeeltelijk iets aan te doen met een ijsje van Van de Linden op de Nieuwendijk.

    Wij besluiten naar de bioscoop te gaan en aangezien de film ‘Mannenharten’ in Amsterdam speelt heb ik geen bezwaar. Ik rijd op de fiets met de als eland verkleedde hoofdrolspeler mee door de stad, zie alleen de beelden en volg het verhaal niet echt, wil ook een glazen huisje op het dak van een grachtenpand met uitzicht op de Westertoren en krijg echt honger. Maar nu ook in eten. En wij eten Italiaans op het Thorbeckeplein in een restaurant waar tenminste ook Italianen werken waarmee je tenminste Italiaans kunt praten. In Amsterdam, zoals het hoort. Mijn Italiaans levert ons in ieder geval een extra grote portie Tiramisu op, dus het is toch nog ergens goed voor.

    En na het eten slenteren wij weer over de grachten kijken bij de in de grachtenpanden wonende mensen naar binnen. Af en toe blijf ik staan, wil even niet verder lopen of misschien nog even een stukje terug, kruizen de Vijzelstraat en komen weer in de Leidsestraat waar de tram komt die ons terugbrengt naar ons hotel in Nieuw-Sloten. Bij het Christoffel Plantijnpad waar ik bijna 50 jaar geleden, fietsend met wind tegen en mijn voetbaltas achterop nog niet wist wat honger was. Leuk dat ik er nog steeds zou kunnen fietsen, als ik van fietsen hield. Mijn honger is weer gestild.