• Bloggen,  Leven,  Muziek,  Vakantie,  Verbazing

    Mijn Weblog

    Eigenlijk is het best apart om allerlei zaken met de buitenwereld te delen via een weblog. En eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet precies waarom ik het doe, en waarom ik er ooit mee ben begonnen. Als ik mijn geplaatste schrijfsels van de laatste jaren teruglees, en met dit stukje meegerekend zijn het er inmiddels 268, dan zit er ook niet echt een bepaalde lijn en regelmatigheid in. Of het moet zijn dat het meestal gaat over leuke dingen als vakantie, af en toe over iets wat mij in het wereldnieuws opvalt en ook héél af en toe over iets minder leuks. En ik heb af en toe een periode dat ik heel regelmatig iets aan het digitale papier toevertrouw en ook periodes dat ik er om de één of andere reden veel minder behoefte aan of reden voor heb. En naast dit weblog is er natuurlijk ook nog Facebook en Instagram waar ik zo af en toe iets korts de wereld in stuur. Je kan er maar druk mee zijn. 

  • Bloggen,  Gezondheid,  Leven,  Seizoenen

    Winterpret

    Het schrijven van een weblog is behalve tijdverdrijf ook een middel om mijn hoofd leeg te maken en mijzelf beter te leren begrijpen. En dat laatste valt niet altijd mee als ik sommige zaken niet af en toe aan mijzelf uitleg. En vooral in deze periode van het jaar waar iedereen het heeft over winterpret, zoek ik vaak naar het waarom van wat ik als mijn ‘Winterse Dip’ ben gaan zien. In de hoop dat ik door het al schrijvend aan mijzelf uit te leggen de oorzaak én de oplossing zal vinden, en er dus voor de rest van mijn leven van genezen zal zijn. Maar na het lezen van mijn blog met de titel ‘Winterblues’ van bijna 5 jaar geleden, ben ik bang dat ik er maar aan moet gaan wennen dat ik de donkerste maanden van het jaar zo af en toe iets minder vrolijk door het leven huppel.

  • Bloggen

    Pubertje

    Ook ik ben een pubertje geweest, ooit, en waarschijnlijk ook nog eens een heel vervelend pubertje. Daarnaast was ik ook nog eens een Amsterdams pubertje en die zijn misschien ook nog eens extra vervelend. Tegelijkertijd word ik ook nu nog wel eens beticht van daarop lijkend gedrag, maar dat ontken ik dan met grote stelligheid…..ik doe nu eenmaal gewoon zoals ik doe.

    Deze week kwam ik in aanvaring met een puber, en naar later zou blijken een vervelende puber. Petje achterstevoren en met grote aandacht voor alles wat zich op de social media op zijn Samsung Galaxy S4 afspeelde, want dat is anno 2013 nu eenmaal veel belangrijker dan de echte wereld, kwam hij al fietsend in aanraking met mijn stilstaande DS3. Mijn speeltje had één letter meer en één cijfer lager dan zijn speeltje, maar het gevolg was dat zijn speeltje door de lucht vloog en 10 meter verder op straat kletterde, hij zelf languit op mijn motorkap terecht kwam en zijn fiets van mijn voorspatbord af stuiterde. En omdat ik stilstond achter een set haaientanden om van links komende auto’s voorrang te geven en hij van de andere kant kwam zag ik hem ook absoluut niet aankomen…..tot hij mij met zijn gezicht tegen mijn voorruit verbaasd aankeek. En ik keek minstens zo verbaasd terug.

    Gelukkig was er geen persoonlijk letsel en ook de fiets mankeerde niets wat wij niet ter plekke konden oplossen, en omdat ik niet zo heel veel zin had in oeverloze discussies over de schuldvraag bij een aanrijding tussen een automobilist en een fietser besloot ik het daarbij te laten. En dus zette hij zijn petje weer achterstevoren op zijn gemillimeterde hoofd en maakte aanstalten zijn weg te vervolgen en ook ik stapte weer achter het stuur om met Josje naar huis te rijden. Tot er op mijn raampje werd geklopt, door Petje Puber dus. Zijn S4 had een barst in het glas. De barst in het glas van de S4 kwam nog niet in de buurt van de barst in de voorruit van mijn DS3, en de eerste zucht van irritatie ontsnapte aan mijn lippen. Hij zou toch ook zelf kunnen bedenken dat het niet zo slim was om al fietsend te WhatsAppen of te Facebooken? En misschien, heel misschien, zou hij ook wel een klein beetje dankbaar kunnen zijn dat ik geen werk maakte van de beschadigde bumper, de deuk in mijn motorkap en de barst in mijn voorruit? Helaas zijn pubers nog niet alle kinderlijke en egoïstische hersencellen kwijt die ervoor zorgen dat zij meer vragen dan geven, dus ik wist ook wel dat ik dat niet zou kunnen verwachten.

    Ik weet nog steeds niet waarom ik het deed, maar ik vroeg hem zijn speeltje te laten repareren en mij te laten weten wat het zou moeten kosten en Josje gaf hem een visitekaartje met haar telefoonnummer. Ook ik doe wel eens iets doms, maar ik dacht dat het nooit echt veel zou kunnen kosten. Dus toen hij belde en vertelde dat het € 240,– zou moeten kosten besloot ik om het alsnog via de verzekering af te handelen en vroeg hem om zijn gegevens te mailen.

    Dan denk je nog steeds alles netjes te hebben afgehandeld, tot aan het begin van de avond Mama Puber zich ermee ging bemoeien en ons belde. Zo te horen had Petje haar niet alles verteld, en zo hoort het als puber ook als je thuiskomt met een S4 met een barst, en dus was Mama nogal onredelijk. Helaas heb ik een paar zwakke plekken, niet meer dan een paar, en één daarvan is dat je mij niet moet commanderen en geen dingen van mij moet eisen waar ik het niet mee eens ben en dat was precies wat zij deed. En ik besloot dan ook ter plekke te stoppen met schappelijk te doen en te doen waar ik na mijn zucht van irritatie al zin in kreeg. En ik liet haar dan ook weten alles door te verzekeringsmaatschappij te laten afhandelen en dat ik geen enkel contact meer wilde met haar of Petje. Helaas maakte dat weinig indruk op Mama en Petje.

    Na een paar dagen oproepen op de GSM van Josje te hebben genegeerd werd er vandaag op onze vaste telefoon gebeld, wederom door Mama Puber. Nog druipend omdat ik net onder de douche vandaan kwam vroeg ik haar weer te stoppen met bellen en verbrak de verbinding. En vroeg mij af hoe lang dit nog zou gaan duren en wat er allemaal nog zou komen. Op het antwoord op die laatste vraag hoefde ik niet zo heel lang te wachten want toen wij een half uur later de deur uit gingen stond Petje Puber met zijn fiets bij onze auto, met de S4 met de barst aan zijn oor. In het langslopen vertelde ik hem nog vriendelijk dat hij moest oplazeren, wij stapten in de auto en wilden gewoon vertrekken toen hij aan mijn spiegel ging hangen en zich vervolgens met een overdreven van pijn vertrokken gezicht op de grond liet vallen. Op dat moment twijfelde ik heel sterk of ik uit zou stappen, Petje Puber in zijn lurven zou grijpen en hem zijn petje zou laten opvreten of dat ik misschien gewoon beter even tot 10 kon tellen. Ik telde tot 3 en wij reden verder, alleen niet linksaf richting ons zaterdagse ontbijt maar rechtsaf richting het politiebureau.

    En nu zijn naam en adresgegevens van Petje en Mama Puber bij de plaatselijke man met de blauwe pet achtergelaten en werden wij later door hem gebeld dat ook Petje Puber zich daar had gemeld en hopen wij dat het hiermee nu is afgedaan. Ik hoop voor Petje Puber, en ook wel een beetje voor onszelf, van wel. En de volgende keer dat er een fiets of rollator op mijn auto knalt doe ik misschien wel iets minder vriendelijk…..denk ik.

  • Algemeen,  Bloggen,  Huis

    Ik word een boer

    Buiten de grote stad wonen boeren, dat weet iedereen. En toen ik in mijn jeugd tegen een team van buiten Amsterdam moest spelen dan verheugden wij ons er al bij voorbaat op om die boeren even een lesje te leren. Overigens vonden wij dan wel dat alleen Amsterdammers het recht hadden om alles van buiten de stadsgrenzen boers te noemen, en het was natuurlijk zielig als Hagenezen en Utrechters dat ook deden…..laat staan Rotterdammers.

    Hoe het voelt om voor boer te worden uitgemaakt mocht ik ondervinden toen ik Amsterdam inruilde voor Almere en een jaar daarna ook in Almere ging voetballen, en ik tijdens de eerste wedstrijd tegen een elftal uit Amsterdam voor boer werd uitgescholden. Dat leverde de dader een doodschop op, want wij ex-Amsterdammers lieten ons natuurlijk niet, als echte boeren, straffeloos voor boer uitmaken. En zo ontaarde bijna iedere voetbalwedstrijd in een nogal stevige scheld- en schoppartij.

    Er zijn inmiddels een aantal jaar verstreken en ik voel mij nog altijd geen boer, maar nog steeds een Amsterdammer. Ik woon er dan al een tijdje niet meer, en ik ben na Almere nog een redelijk eind verder naar het oosten verhuisd, maar ik voel mij nog altijd ‘thuis’ als ik mijn geboorteplaats binnenrijd. En toch betrap ik mij er op dat ik mij toch wel een beetje als een boer begin te gedragen. Zo is daar de overbuurman.

    Iedere ochtend om 6 uur vertrekt de overbuurman naar zijn werk, dat neem ik tenminste aan. En dat doet hij door achteruit rijdend zijn garage te verlaten met een nogal op hoge toeren lopende sportwagen. En iedereen weet dat een auto het meeste lawaai produceert aan de achterzijde, en dus worden wij iedere morgen rond 6 uur wakker van het irritante gejank en geraas van een sportwagen. Hij zou dat ding ook achteruit in zijn garage kunnen zetten, maar waarschijnlijk kan hij, net als de meeste niet in een stad gewend zijnde boeren, niet achteruit inparkeren. En wij waren dan ook heel verheugd toen er ergens in de loop van vorig jaar een ‘Te Koop’-bord in zijn tuin verscheen. En de huizenmarkt is dan wel niet op zijn best, het zou hem toch wel lukken om op korte termijn zijn huis te verkopen…..hoopten wij. Een paar maanden geleden was het bord uit de tuin en hoorden wij ook de auto niet meer, maar zagen wij verder ook niemand in dat huis. Het speculeren begon. Waar zou hij gebleven zijn? Het huis bleek nog altijd op Funda te staan, dus zou hij dan al zijn verhuisd terwijl dit huis nog niet verkocht was? En dus kon ik het niet laten om tijdens het hardlopen eens goed naar binnen te kijken…..om te concluderen dat alles er nog stond. Hij zou toch niet ergens met een gebroken been in de badkamer liggen, en inmiddels van honger omgekomen? Zouden wij dan toch niet aanbellen? Of door de brievenbus gluren om te zien of er een stapel post lag, of nog erger….een lijk in de gang? Tot het een paar weken geleden plotseling mooi weer werd en wij weer eens buiten zaten, en de overbuurman thuiskwam in een andere en zeer geruisloze auto. Het mysterie was opgelost.

    En nu is daar onze directe buurvrouw. Zij rijdt in een zilvergrijze Volkswagen Golf, haar man fietst naar zijn werk. En die Golf staat altijd op dezelfde plek en zij zijn ook altijd thuis en gaan nooit op vakantie. Dat denken wij tenminste te weten. Maar sinds twee weken is de Golf weg en dus zullen zij wel op vakantie zijn, dachten wij. Tot wij tot de ontdekking kwamen dat de buurman wel thuis is. En dus begon het speculeren weer, en ik ben nog nooit eerder zo nieuwsgierig geweest naar het wel en wee van buren, want dat krijg je als stadsmens nu eenmaal niet met de paplepel ingegoten. Misschien is zij wel alleen op vakantie of ligt in het ziekenhuis? Zouden zij misschien problemen hebben en is zij gewoon weg? Of nog erger, zouden wij binnenkort ergens lezen dat de auto ergens in een kanaal was teruggevonden en dat ieder verder spoor van haar ontbrak. En lag zij dan misschien begraven in de tuin? Ik kon maar met grote moeite de aandrang om met de één of andere smoes aan te bellen weerstaan. Maar gisteren stond de Golf plotseling weer voor de deur en dus was zij weer thuis, dachten wij. Maar vandaag is de Golf weer weg, dus…..wat is er aan de hand? Ik wil het weten!

    En nu kom ik zo langzamerhand tot de ontdekking dat ik een boer begin te worden, en dat het overschrijden van stadsgrenzen op lange termijn toch een bepaald effect heeft. En wie weet ga ik op termijn zelfs wel dialect spreken…..pfffff.

  • Bloggen

    Getrut over Cappucino Onzin

    Achter de schermen van dit weblog worden allerlei statistieken bijgehouden, iets waar ik niets voor hoef te doen en waar ik alleen zo af en toe eens naar kijk omdat het wel leuk is om te zien hoeveel mensen mijn schrijfsels lezen en waar ze vandaan komen. Het is eigenlijk non-informatie maar leuk tijdverdrijf tijdens de koffie.

    Wat je uit die statistieken niet kunt halen is wie mijn weblog bezoeken maar weer wel met welke zoektermen zij Google gebruiken en waardoor zij dan bij toeval op mijn webplekje terecht komen. En zo zie ik dat er de laatste tijd redelijk vaak op mijn naam wordt ge-googled, en dan kom je uiteraard hier terecht, maar dat er ook wel vreemde zoekacties zijn waardoor ik word gevonden. En dan vraag ik mij wel eens af wat (of wie) er dan gezocht en misschien niet gevonden wordt.

    Zo zocht er iemand uit Zutphen op het woord ‘Getrut’, en de statistieken gaven aan dat ik daarmee op plaats 8 in Google stond. Dat laatste is al redelijk vreemd maar dat haalt het nog niet bij het feit dat men Google nodig heeft om er achter te komen wat getrut is of welke vormen van getrut er zouden kunnen bestaan. Ik kon het natuurlijk niet laten om ook zelf dezelfde zoekactie uit te voeren en dan komen er toch wel grappige pagina’s op het scherm, waarvan de leukste een spelfout op een website uit het Verenigd Koninkrijk was waar men “get rut of” had gebruikt in plaats van “get rid of”, hier is de link.

    De volgende zoekterm die mijn nieuwsgierigheid wekte was die van een inwoner van Oegstgeest die zocht naar “Cappucino Onzin”. Nog even afgezien van het feit dat er niets onzinnigs is aan cappuccino en dat de naam van die lekkere Italiaanse ontbijtkoffie ook nog eens verkeerd was gespeld kom niets interessants tegen als ik dezelfde zoekactie uitvoer. Of het moet het stuk zijn geweest over het verband tussen volle maan en de eisprong, waarin ik echter niet kon ontdekken of er ook enig verband was tussen cappuccino en de eisprong laat staan of er bij volle maan cappuccino wordt gedronken.

    Ik denk dat ik de komende tijd maar eens wat vaker naar die statistieken ga kijken, want het is een prima manier om een regenachtige winterzondag door te komen en een uitdaging om de motivatie achter de zoekacties te kunnen achterhalen.

  • Bloggen

    Alles is anders

    Het. Een onzijdig woord, zo schijnt het. Want ook in onze taal hebben wij manlijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden, als is dat lang niet zo duidelijk herkenbaar vergeleken met, bijvoorbeeld, het Italiaans. In het Italiaans hoef je over het algemeen alleen op de laatste letter van het zelfstandig naamwoord te letten, zowel in het enkel- als in het meervoud, om te weten of je er ‘il’ of ‘la’ voor moet zetten. Al zijn er ook nog een paar uitzonderingen waar je altijd ‘lo’ voor zet. In onze, lang niet eenvoudige, taal is alles gewoon ‘de’ en soms ‘het’. Lastiger is het dat het verkleinwoordje (t)je er dan ook nog eens voor zorgt dat er ‘het’ voor komt te staan in plaats van ‘de’, alsof iets kleins altijd onzijdig zou moeten zijn. Taal is een raar verschijnsel, en dat allemaal dankzij de één of andere hoogmoedige die een toren wilde bouwen in Babel. Een mooi verhaal.

    En het nadert dus weer, en met ‘het’ bedoel ik het einde van het jaar. 2011 is alweer bijna voorbij en duurt nog maar een week of 6, anderhalve maand, een half kwartaal. En het was een leerzaam jaar, tot nu toe, en daar gaan die laatste weken niet veel meer aan veranderen. Ik heb geleerd dat ik niet helemaal de baas ben over mijn eigen lichaam, want als die spieren en gewrichten na het hardlopen de belasting niet aan blijken te kunnen omdat ik denk dat er niets is veranderd sinds ik 20 was dan heb ik maar te luisteren. Ik heb geleerd dat ik niet helemaal de baas ben over mijn geest, want genegeerde irritaties en ergernissen gaan toch hun eigen gang als je denkt er de schouders over te kunnen ophalen. Ik heb geleerd wat hardlopen is, wat het is om je goed te voelen door de grenzen op te zoeken van wat je lichaam wél kan. Ik heb geleerd. En als je niet meer leert sta je stil en ik kan lastig stilstaan.

    Het einde van het jaar wordt dus ook dit jaar weer bewust gevierd, maar op een eiland dit keer. En misschien is dat ook wel passend, een keer een hele andere omgeving en dan niet bijvoorbeeld de drukke Dam in Amsterdam waar je anoniem bent in een massa. Even de gelegenheid om hardlopend door de stille bossen en duinen van Terschelling je hoofd leeg te laten waaien, vervolgens op Nieuwjaarsdag de zee in te duiken om weer goed wakker te worden en volop zin te hebben in weer een nieuw jaar. Maar voor die tijd gaan wij eerst, geheel tegen onze nog zo prille tradities in, de Kerst doorbrengen met alle kinderen. Gezellig etend en kletsend en misschien zelfs wel met presentjes onder de kerstboom. Want tradities zijn ook niet verkeerd, en ook dat heb ik geleerd want het is nu eenmaal anders…..alles is anders.